MOB-versie | Naar grote versie



vaste uitdrukkingen

A  B  C  D  E  F  G  H  I  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

 

 

A

   
¿a cómo están? wat is de huidige prijs van?   
a cuerpo de rey vorstelijk  
a cualquiera le pasa dat kan de beste overkomen  
¿a cuántos estamos? de hoeveelste is het?  
a empujones duwend, met geduw  
a ojos vista(s) zienderogen  
a regañadientes tandenknarsend, met tegenzin  
a eso iba daar wilde ik het net over hebben  
a la chita callando stilletjes, heimelijk  
a la diabla met de Franse slag, snel en slordig  
a la francesa op z'n Frans  
a la intemperie  onder de blote hemel; blootgesteld aan weer en wind  
a la vuelta de la esquina om de hoek, voorbij de hoek  
a las tantas om ik weet niet hoe laat  
a lo bestia in waanzinnige hoeveelheden  
a lo hecho, pecho  gedane zaken nemen geen keer  
a lo largo y ancho overal; over de hele lengte en breedte  
a voz en cuello luidkeels   
a paso de tortuga, caracol met een slakkengangetje  
a pie(s) juntillas voetstoots, blindelings  
a propósito tussen haakjes (figuurlijk)  
¿a qué esperas? waar wacht je (nog) op?  
a que lo sabes wedden dat je het weet  
¿a qué te dedicas? wat doe je (voor beroep)?  
a salto de mata her en der; op de vlucht; armzalig  
¡a ti qué te importa! dat gaat jou niets aan!  
a toro pasado achteraf gezien   
a ver si  eens kijken of  
abrigarse bien zich warm aankleden  
aburrirse como una ostra zich doodvervelen  
acabáramos laten we de discussie hierbij beëindigen  
acostarse con las gallinas met de kippen op stok gaan  
actuar de malo de rol van slechterik spelen  
¡ahí está el toque! daar zit het hem juist in!  
¡ahí va! jeetje!, kijk eens aan!  
¡ahora caigo!  nu snap ik het!   
al acecho op de loer, op jacht  
al azar lukraak, op goed geluk  
al buen callar llaman Sancho zwijgen is goud  
al buen tuntún op goed geluk  
al dedillo op zijn/haar duimpje (kennen)  
al grano ter zake  
al romper el día bij het krieken van de dag  
¿algo más? verder nog iets?  
¡Ancha es Castilla! Vrijheid, blijheid!  
¡anda la osa! o jee!  
¡andando! weg zijn we!  
andar como perros y gatos als kat en hond leven  
andar con el tiempo met zijn tijd meegaan  
andar/estar con la mosca detrás de la oreja argwanend zijn; argwaan koesteren  
andar con rodeos er omheen draaien  
andar con tapujos geheimzinnig doen  
andar de cabeza veel aan je hoofd hebben; het razend druk hebben  
andar liado, -a het druk hebben; krap bij tijd zitten  
andarse/irse por las ramas van de hak op de tak springen   
aportar su granito de arena zijn steentje bijdragen  
apretarse el cinturón de buikriem aanhalen  
aprobar por los pelos met de hakken over de sloot slagen  
¡aquí va! hier komt-ie!  
arrimar el hombro de krachten bundelen  

 

B

   
bailar al son que marcan  naar de pijpen dansen  
bajo nivel del mar onder zeeniveau  
basta por hoy het is genoeg voor vandaag  
batir un récord een record breken  
beber los vientos por smoorverliefd zijn op  
¡bien hecho! goed gedaan!  
blanco como una sábana lijkbleek  
blanco y en botella, leche het is overduidelijk, zo klaar als een klontje  
boca abajo, arriba op de buik, op de rug  
¡borrón y cuenta nueva!  zand erover!   
buena parte een groot deel  
¡buen finde! goed weekend!  
buscar tres pies al gato spijkers op laag water zoeken  

 

C

   
cada dos por tres om de haverklap  
caer en la trampa/la ratonera in de val lopen  
caer en (los) tópicos in clichés vervallen  
cajón de sastre rommel, warboel  
cantar(le) las cuarenta a alguien iemand op zijn donder geven  
cara de asco een vies gezicht  
cara de mala leche een gezicht dat op onweer staat  
cara de palo een strak gezicht  
cara de pascuas een vrolijk gezicht  

cara de pocos amigos

een nors gezicht    

cara de vinagre

een zuur gezicht  
cara larga een lang gezicht  
cargado, -a de bultos bepakt en bezakt  
de pura cepa zuiver, puur, echt  
charlar por los codos honderduit praten  
¡chin chin! proost!  
¡cierra el pico! houd je snater, mond!  
coger el timón het roer overnemen  
colgar (ue) las botas stoppen met een activiteit  
comer a dos carrillos zijn buikje rond eten; van twee walletjes eten   
comer de sobaquillo etentje waarbij elk een hapje meebrengt  
comer fuera uit eten gaan  
¡cómo no! natuurlijk! waarom niet?  
¿cómo se te ocurrió? hoe kwam je op die gedachte?  
como si tal cosa alsof er niets aan de hand is  
con buen pie met een goede start  
conciliar el sueño in slaap vallen  
con gran lujo de detalles in geuren en kleuren  
con las manos en la masa op heterdaad  
con mucho gusto graag  
con toda franquicia vrijuit  
con una mano atrás y otra delante. met lege handen, zonder geld op zak  
conocer de vista van gezicht kennen  
consultarlo con la almohada ergens een nachtje over slapen  
cordial saludo hartelijke groet (brief)  
cordialmente met hartelijke groeten  
cortar el bacalao de lakens uitdelen, de baas zijn  
costar mucho tiempo

lang duren

 
creer que sí

denken van wel 

 
cruzar el charco de (Atlantische) oceaan oversteken  
cruzar la palabra con alguien  met iemand een praatje maken  
cruzar los dedos duimen  

cruzársele los cables

een vlaag van verstandsverbijstering krijgen  
¡cuánto tiempo sin verte! wat heb ik jou lang niet gezien!  
cuento chino ongeloofwaardig verhaal  
cuenta conmigo je kunt op me rekenen  
cuento de nunca acabar eindeloze geschiedenis  
¡cuídate! zorg goed voor jezelf! Wees voorzichtig!  
¡cumpleaños feliz, por muchos años! gelukkige verjaardag! op de jaren die nog komen!  
cumplir años jarig zijn  
cumplir (la) condena zijn straf/tijd uitzitten  

 

D

   
da gusto verlo het is een lust voor het oog  
dar a luz bevallen, moeder worden  
dar calabazas a una persona iemand de bons geven  
dar de alta/ de alta genezen verklaren; het ziekteverlof stoppen  
dar de baja/ la baja (ziekte)verlof geven  
dar de bruces pal opbotsen tegen; stuiten op  
dar de sí rekbaar zijn  
dar el do de pecho zijn uiterste best doen, alles geven  
dar en el clavo de spijker op z'n kop slaan  
dar el pego in de maling nemen, beetnemen  
dar el último toque de laatste hand leggen  
dar la bienvenida welkom heten  
dar la(s) espalda(s) de rug toekeren; negeren  

dar la luz verde

dar el visto bueno

groen licht geven  
dar la mano y coger el brazo  een vinger geven en de hand nemen  
dar la vuelta a la manzana een blokje omlopen  
dar largas  op de lange baan schuiven  
dar mucho de sí veel opleveren; is goed om uit te delen  
dar tiempo para over voldoende tijd beschikken om  
dar un portazo met de deur slaan  
dar un rodeo een omweg maken  
darle a alguien las gracias por iemand voor iets bedanken  
darle a alguien un estirón plots erg gegroeid zijn  
darle a alguien un pronto een bevlieging krijgen  
darse bien aanleg hebben voor  
darse de bruces con pal botsen op  
darse la vida padre het ervan nemen  
darse la vuelta zich omdraaien  
darle las vueltas a un asunto blijven piekeren over iets  
darse maña para  handig zijn in  
darse por vencido, -a de moed opgeven, afhaken  
darse un garbeo flaneren, een eindje omlopen  
de arriba abajo van kop tot teen  
de cabo a rabo, de pe a pa van a tot z  
decir algo en serio iets serieus menen  
de entrada om te beginnen  
de golpe y porrazo op stel en sprong  
de Guatemala a Guatepeor van kwaad naar erger    
de lo más honrado, -a zo eerlijk als goud  
de Madrid al cielo y en el cielo un agujero para verlo Madrid is geweldig  
de nada graag gedaan  
de pies a cabeza van top tot teen  
de prisa y corriendo halsoverkop, holderdebolder  
de pura cepa rasecht  
de su puño y letra eigenhandig  
decir adiós a afscheid nemen van  
decirlo en serio het echt menen  
decirlo claro het duidelijk zeggen  
defenderse en español zich kunnen redden in het Spaans  
¡déjalo! houd er over op! laat het!  
¡déjate de farsas! stel je niet zo aan!  
¡déjame en paz! laat me met rust!  
dejar un recado een boodschap achterlaten (tel., antwoordapparaat, enz.)  
demasiado saberlo, saberlo demasiado het maar al te goed weten  
depende  dat hangt ervan af  
¿de qué te sirve? wat heb je aan?  
descabezar un sueñecito een dutje doen  
desde ya vanaf vandaag  
¿desea algo mas? wilt u verder nog iets?  
despachar con buenas palabras afschepen; met een kluitje het riet insturen  
despedirse (i) a la francesa ervandoor gaan zonder afscheid te nemen, met de noorderzon vertrekken  
de un tirón in één ruk, in één keer  
¡dicho y hecho! zo gezegd, zo gedaan!  
donde comen dos, comen tres waarom honger lijden om een mondje meer?  
dormir a cortinas verdes in de vrije natuur overnachten  

dormir a pierna suelta,

como un lirón 

slapen als een roos  
dormir hasta las tantas uitslapen  
dormir la mona zijn roes uitslapen  
durar poco niet lang meegaan  

 

E

   
¡échale un galgo!

krijg die maar eens te pakken!

dat lukt nooit!

 
¡échale valor! toon wat meer lef!  
echar a cara o cruz kruis of munt gooien  
echar balones fuera ontwijkende antwoorden geven  
echar de menos missen  
echar la llave op slot doen  
echar una cabezadita een siesta doen  
echar una mano a alguien iemand een handje helpen  
echar (más) años  (hogere) ouderdom schatten  
echar balones fuera iemand anders de schuld geven  
echar una mirada, un vistazo a

een blik werpen op iets

 
echarse a la bartola luilakken, lanterfanten  
echarse a la calle de straat opgaan  
echarse a reír in lachen uitbarsten  

el favor de la duda,

el beneficio de la duda

het voordeel van de twijfel  
¡el mundo es un pañuelo! wat is de wereld toch klein!  
el no va más het neusje van de zalm  
el ratoncito Pérez de tandenfee  
en paños menores in ondergoed  
en pie de guerra op voet van oorlog  
¡en qué lío me he metido! wat ben ik begonnen?  
¿en qué quedamos? wat spreken we af?  

¡encantado, -a (de conocerle)!

- ¡mucho gusto!

aangenaam kennis te maken met u!

 aangenaam! het is mij een genoegen!

 
se me encendió la bombilla ik kreeg een briljant idee  

¡enhorabuena!

gefeliciteerd! (bij prestaties)

 
en mayor o en menor medida de ene wat meer dan de andere  
en un abrir y cerrar los ojos, en un santiamén, en un periquete, en un dos por tres in een oogwenk, in een flits, in een tel  
¡enseguida! het komt eraan! (bar)  
entra por un oído y sale por el otro het gaat het ene oor in en het andere uit  
entre comillas tussen aanhalingstekens (ook figuurlijk)  
entre la espada y la pared tussen twee vuren  
entre pitos y flautas zonder er erg in te hebben  
entre sueños dommelend, in je slaap  
equivocarse de camino de verkeerde weg nemen  
érase una vez er was eens (begin van een sprookje)  
erre que erre kost wat kost  
es hora de + infinitief het is tijd om  
es muy de ti dat ben jij ten voeten uit  
es otro cantar dat is andere koek / een ander verhaal  
es usted muy amable dat is erg aardig van u  
eso está por ver dat valt nog te bezien  
eso pasa al más pintado dat kan de beste overkomen  
está bien que lo hagas het is correct dat je het doet  
está chupado, -a dat is een fluitje van een cent  
está con el agua al cuello het water staat hem/haar aan de lippen  
está para tirar het is versleten; kan weggegooid worden  
estamos llegando we zijn er bijna  
estar a dos velas op zwart zaad zitten  
estar a la vuelta de la esquina om de hoek gelegen zijn  
estar a las alturas opgewassen zijn tegen  
estar a las duras y a las maduras er voor elkaar zijn in goede en in kwade tijden  
estar a (su) gusto naar zijn zin hebben  
estar al caer op het punt staan te gebeuren, aan te komen   
estar a pan y agua op water en brood zitten  
estar al pie del cañón paraat staan  
estar al tanto de op de hoogte zijn van   
estar bien goed zijn, leuk zijn geschikt zijn; gezond zijn, tevreden zijn, genoeg zijn; er goed uitzien  
estar bien (de salud) het goed maken (qua gezondheid)  
estar calado, -a hasta los huesos kletsnat, doorweekt zijn  
estar como un tren erg knap zijn  
estar como unas castañuelas dolblij zijn  
estar como una gamba en un garaje (staan te) kijken als een kat in een vreemd pakhuis  
estar con la mosca detrás de la oreja wantrouwend zijn; nattigheid voelen  
estar de acuerdo het eens zijn  
estar de baja met ziekteverlof zijn  
estar de bote en bote stampvol zijn  
estar de capa caída  ten einde lopen, op zijn retour zijn  
estar de cumpleaños jarig zijn  
estar de enhorabuena gelukkig zijn, boffen  
estar de guasa in een gekke bui zijn  
estar de mal humor slechtgehumeurd zijn   
estar de moda in de mode zijn  
estar de monos boos op elkaar zijn  
estar de muda ruien, verharen, ververen  
estar de vuelta terug zijn  
estar distraído, -a in de bonen zijn  
estar empapado, -a hasta los huesos doorweekt zijn  
estar en agua de borrajas  in duigen vallen, de mist ingaan  
estar enamorado, -a hasta el tuétano smoorverliefd zijn  
estar a (3 de julio)

we hebben vandaag 3 juli, het is vandaag 3 juli

 
estar en apuros in geldgebrek verkeren; in een noodsituatie zitten  
estar en ascuas op hete kolen zitten  
estar en Babia  wegdromen, verstrooid zijn  
estar en camino onderweg zijn  
estar en el camino op de goede weg zijn  
estar en la brecha

klaar staan, in de startblokken staan;

op de bres staan

 
estar en todo op alles bedacht zijn  
estar entre Pinto y Valdemoro in dubio staan, twijfelen  
estar entre rejas achter de tralies zitten  
estar fresco, -a

vers, koel zijn (letterlijk)

het mis hebben (figuurlijk)

 
estar fresco,-a/fresquito,-a como una lechuga zo fris als een hoentje zijn  

estar fuera de cuenta(s) 

(in een zwangerschap) over tijd zijn

 
estar hasta arriba con trabajo tot over je oren in het werk zitten  
estar hasta el gorro ergens de buik vol van hebben  
estar hasta las narices het beu zijn  
estar hecho, -a una fiera razend zijn  
estar hecho, -a polvo bekaf zijn  
estar lleno, -a vol zijn  
estar más blanco, -a que el papel er lijkbleek uitzien  
estar más claro que el agua zo klaar als een klontje zijn  
estar metido, -a en un lío in de knoei zitten  
estar mojado hasta los huesos doorweekt zijn  
estar pendiente in spanning afwachten  
estar en las nubes verstrooid zijn  
estar por las nubes de pan uitrijzen   
estar rendido, -a doodmoe zijn  
estar sobre la mesa (un tema) komt ter sprake  
estés donde estés waar je ook bent, waar dan ook  
estirar las piernas de benen strekken  
esto va a misa moeders wil is wet  
estoy haciendo el ridículo ik sta voor schut  
F    
falta te, me, le, nos, ... hace dat heb ik, jij, hij/zij/u, wij, ... beslist nodig  
fatal fataal; belabberd  
fresco, -a como una lechuga fris als een hoentje  

fumar como un carretero 

roken als een ketter  
G    
gastar bromas grappen maken  
gracias de antemano, gracias de anticipado, con (mis) gracias anticipadas bij voorbaat dank  
gritar como un energúmeno roepen/tekeergaan als een bezetene  

 

H

   
ha llovido mucho desde entonces sinds toen is er veel water door de Rijn gestroomd  
ha sido un placer het was een genoegen  
hablar más de la cuenta (te)veel praten  
hablar por los codos honderduit praten  
hacer carantoñas  lief doen, meestal om iets te bereiken  
hacer caso letten op  
hacer de las suyas lastig doen  
hacer esquina op de hoek van twee straten gebouwd staan  
hace un frío que pela het is ijskoud  
hacer la(s) maleta(s) zijn koffers pakken  
hacer la vista gorda de andere kant uitkijken  
hacer memoria in je geheugen graven  
hacer pie de bodem kunnen voelen (bij zwemmen)  
hacer piña (goed) samenwerken; een blok vormen  
hacer su agosto gouden tijden beleven  
hacerse amigos vrienden worden  
hacerse añicos in gruzelementen vallen  
hacerse de nuevas doen alsof je iets niet wist  
hacer de un grano de arena una montaña van een mug een olifant maken  
hacerse el desentendido, el loco doen alsof je neus bloedt  
hacerse el encontradizo doen alsof je iemand toevallig tegenkomt  
hacerse el remolón, la remolona treuzelen  
hacerse el sueco zich doof houden  
hacerse la mosquita muerta je van de domme houden  
hacerse ilusión(iones) zich illusies maken, zich verheugen  
haciendo mutis stilletjes  
hagas lo que hagas wat je ook doet  
hay gato encerrado er zit een addertje onder het gras, er lijkt iets niet pluis  
hay moros en la costa er is gevaar  
he aquí ziehier  
hilo y aguja naald en draad  
hola a todos, todas hallo allemaal  
hoy mismo vandaag nog  
hurgarse la nariz in zijn neus peuteren  

 

I

   
igualmente van hetzelfde, insgelijks  
inquietarse por nada snel ongerust zijn  
ir a paso de tortuga met een slakkegangetje gaan  
ir de estreno gloednieuwe kleren dragen  
ir de picos pardos zijn tijd nutteloos verdoen; op de lappen gaan  
ir de punta en blanco piekfijn uitgedost zijn  
ir de vacaciones op vakantie gaan  
ir en fila india in ganzenpas gaan  
ir (a) por algo iets gaan kopen/halen  
ir por partes niet alles tegelijk behandelen  
ir y venir komen en gaan  
irse de la lengua een geheim doorvertellen  
irse pitando er tussenuit knijpen  
irse/andarse por las ramas zich verliezen in details  
írsele a uno el santo al cielo iets glad vergeten zijn   

 

L

   
la flor y nata de crème de la crème  
labia no te falta je bent niet op je mondje gevallen  
¡lárgate! donder op! hoepel op!  
leer por encima vluchtig lezen  
lejos del mundanal ruido  ver van de lawaaierige wereld; ver van het drukke leven in de stad  
levantar el ánimo moed houden  
levantar la voz zijn stem verheffen  
limpiar la pizarra het schoolbord schoonnmaken; schoon schip maken  
¡listos o no, allá voy! wie niet weg is, wordt gezien.  
llamar a capítulo op het matje roepen  
llamar al pan, pan y al vino, vino de dingen bij hun naam noemen  
llegar a mesa puesta aankomen wanneer al het werk al gedaan is   
llevar el gato al agua de kat de bel aanbinden  
llevar/tener (ie) dinero encima  geld bij zich hebben; geld op zak hebben  
llevar puesto, -a, -os, -as dragen  
llevar X años X jaar verschillen (in leeftijd)  
llevarse a cabo volbrengen, uitvoeren , tot stand brengen  
llevarse bien/mal goed/slecht met elkaar kunnen opschieten  
llevarse consigo met zich mee brengen, tot gevolg hebben  
llevarse un disgusto van streek zijn, ontgoocheld zijn  
     
llover a cántaros heel hard regenen  
lo barato sale caro   goedkoop is duurkoop  
lo mejor posible zo goed mogelijk  
lo mismo no viene voor hetzelfde geld komt hij niet  
lo que nos faltaba dat ontbrak er nog maar aan  
lo siento het spijt me  
lo tengo en la punta de la lengua het ligt op het puntje van mijn tong  
lo veo claro dat zie ik wel zitten  
lo veo difícil dat zie ik niet zitten  

 

M

   
con una mano delante y otra detrás berooid, straatarm  
manos a la obra aan de slag  

tener buena mano con las plantas

groene vingers hebben

 
mantener el tipo iets aankunnen, moedig blijven  
(man)tener la boca cerrada  iets niet verklappen, niet verder vertellen  
mantener la calma de rust bewaren  
mantener la sangre fría koelbloedig blijven  
más feo que el diablo zo lelijk als de nacht  
más o menos min of meer  
matar el gusanillo de honger stillen  
me alegra el día  dit maakt mijn dag goed  
me da lo mismo  het is mij om het even.  
¿me das tu número de teléfono? mag ik jouw telefoonnummer?  
me está hasta la narices het hangt me de keel uit  
¿me explico? ben ik duidelijk?  
me hace (mucha) ilusión ik kijk er (erg) naar uit, ik verheug me  
me lo contó un pajarito ik weet het van horen zeggen  
me lo quitas de la boca je haalt mij de woorden uit de mond  
me muero de vergüenza ik schaam me dood  
me parece muy chulo het lijkt me erg leuk, cool  
me parte el alma  het snijdt me door de ziel  
me pones negro, -a je werkt me op mijn zenuwen  
me quita un peso de encima dat is een pak van mijn hart  
me saca de quicio het werkt op mijn zenuwen  
me suena het komt me bekend voor  
me uno a tu dolor ik leef met je mee  

me viene de perlas

me viene al pelo

dat komt me prima uit  
media naranja wederhelft, partner  
medio mundo veel volk  
medir (i) 1,73 m 1.73 lang zijn (personen)  
menos mal (que)+ indicativo gelukkig maar (dat)  
me quedo sin palabras/no sé qué decir/me dejas sin habla ik ben sprakeloos  
merecer la pena

de moeite waard zijn

 
meter baza een duit in het zakje doen  
meter/dar prisa a una persona  iemand opjagen/aanzetten tot spoed  
meter las narices en todo zich overal mee bemoeien  
meter la pata een flater begaan/slaan  
meterse con una persona

het iemand lastig maken, met iemand ruzie zoeken

 
meterse en líos zich in de nesten werken  
meterse en un avispero je hand in een wespennest steken  
mezclar lo útil con lo agradable het aangename met het nuttige verenigen.  
mira por donde wie had dat gedacht  
mira quien habla dat moet jij nodig zeggen  
mira kijk (jij) eens   
mira tú kijk nou toch eens  
mirarse a los ojos elkaar in de ogen kijken  
mirar a las musurañas zitten te mijmeren, aan iets anders denken  
mirar de reojo steelse blikken werpen op  
molinos de viento (fig.) denkbeeldige vijanden  
morirse de impaciencia popelen van ongeduld  
morirse de risa zich doodlachen  
morir sin sol, sin luz y sin moscas moederziel alleen sterven  
muy buenos días een heel goedemorgen  
muy de noche diep in de nacht  

 

N

   
¡narices! je kan me wat!  
negarse (ie) en redondo vierkant weigeren  

ni el tato  

ni el perry

helemaal niemand  
ni mucho menos allesbehalve  
ni que decir tiene het hoeft geen betoog  
ni corto, -a ni perezoso, -a zonder te hoeven nadenken  
ningún problema! geen (enkel) probleem!  
no acabo de entenderlo

ik begrijp het maar niet

 
no caber ni un alfiler propvol zijn/zitten  
no caer en saco roto

niet in dovemansoren vallen

 
no corre prisa er is geen haast bij  
no dar con la clave er niet achter komen  
no dar golpe geen klap doen  
no dar con la palabra niet op het woord komen  
no dar pie con bola je voortdurend vergissen   
no decir esta boca es mía/no decir ni chus ni mus/no decir ni mu zwijgen, geen woord zeggen  
no es lo mío het spreekt mij niet aan, het is niet echt mijn ding  
no es moco del pavo, no es nada del otro mundo dat is niets bijzonders  
no es para tanto zo erg is het ook weer niet  

no estar muy católico

no estar bien

niet erg lekker zijn, zich niet goed voelen  
no faltaba más dat ontbrak er nog aan  
no fue para tirar cohetes het was niet bijzonder  
no ha venido ni el Tato er is helemaal niemand gekomen  
no hay de qué graag gedaan, geen dank  
no hay derecho dat pik ik niet; dat is geen stijl  
no hay forma/manera het lukt niet, het is onmogelijk  
no hay mal que cien años dure eind goed, al goed  
no hay pérdida

het is heel gemakkelijk te vinden

 
no hay pero que valga van maren kan geen sprake zijn  

no hay tu tía/ tutía

no hay remedio

er zit niets anders op  
¡no le des más vueltas! pieker er niet langer over!  
no le falta razón hij heeft geen ongelijk  
no me agobies zeur niet zo  
no me cabe en la cabeza ik kan er maar niet over uit  
no me cambiaría por él ik zou niet graag in zijn schoenen staan  
no me convence dat overtuigt me niet, dat geloof ik niet  

¡no me lo esperaba!

¡no esperaba tanto!

dat had ik niet verwacht!  

no pasa nada

dat is helemaal niet erg  
no pegar ojo geen oog dichtdoen  
no poder con alguien niet tegen iemand kunnen  
no probar bocado helemaal niets eten, geen hap aanraken  
no puedo verlo ni en pintura ik kan hem niet uitstaan.  
no sale hasta las seis hij/zij vertrekt niet vóór zes uur  
no se me ocurre nada ik kan niets bedenken  
¡no seas sonso! doe niet zo dom!  
¡no seas tan pelota! zit niet zo te slijmen!  
¡no seas tonto! doe niet zo dwaas!  
no ser gran cosa niets bijzonders zijn  
no ser la alegría de la huerta  vreselijk saai; pessimistisch zijn  
no ser moco de pavo niet te onderschatten zijn  
no sirve para nada dat dient nergens toe  
¡no te desanimes! laat de moed niet zakken!  
¡no te lo creo! dat kan ik niet geloven!  
¡no te lo tomes a mal!  trek het je niet aan! neem het niet zo ernstig op!  
¡no te metas! bemoei je er niet mee!  
¡no te molestes! doe geen moeite!  
¡no te pongas así! stel je niet zo aan!  
¡no te precipites! loop niet zo hard van stapel!  
no te sigo (fig.) ik kan je niet volgen  
no tener donde caerse muerto straatarm zijn  
(no) tener dos dedos de frente (geen) gezond verstand hebben, (niet) erg slim zijn  
no tener la menor idea, no tener ni (puta) idea geen flauw idee hebben  
no tener nada que perder niets te verliezen hebben  
no tener importancia er niet toe doen, geen belang hebben  
no tener pérdida gemakkelijk te vinden zijn  
no tener pies ni cabeza kop noch staart hebben  
no tener sentido geen steek houden  
no terminar de er maar niet in slagen te  
no ver ni gota geen steek (kunnen) zien  
normal y corriente doodgewoon  
¿nos cobra? kunnen wij afrekenen?  
nunca se sabe je weet maar nooit  

 

P

   
pagar a escote het eindbedrag van de restaurantrekening betalen door het aantal aanwezige personen  
pan comido een fluitje van een cent, appeltje-eitje  
papel mojado een wassen neus  
para chuparse los dedos om je vingers af te likken  
para colmo tot overmaat van ramp  
pareja de hecho officieel samenwonend stel  
pagar el pato  ergens voor opdraaien, het gelag betalen  
para más inri  tot overmaat van ramp; sterker nog, meer nog  
¡para nada! geen probleem! in het geheel niet!  
partirse de risa het bescheuren van het lachen  
pasa un ángel er gaat een dominee voorbij  
pasar la noche en blanco een slapeloze nacht hebben  
pasarlo bomba, pipa het geweldig hebben  
pasarse de la raya te ver gaan (figuurlijk)  
¡pase lo que pase! wat er ook gebeurt!  
pasear su mirada por zijn blik laten rondgaan  
patas de araña hanenpoten  
pedir hora con een afspraak maken (bij dokter, tandarts)  
pedir un deseo een wens doen   
pegar un patinazo een flater begaan  
pegársele a uno las sábanas zich verslapen  

pensándolo bien

bij nader inzien

 
pensar en las musurañas zitten te mijmeren, aan iets anders denken  
perder de vista uit het oog verliezen  
perder los estribos de zelfbeheersing verliezen  
perder los papeles, la cabeza de kluts kwijtraken  
permiso mag ik even door?  
pero que muy echt helemaal  
mi más sentido pésame mijn oprechte deelneming  
picarse por nada gauw op zijn teentjes getrapt zijn   
¡pinta un bosque y piérdete! donder op!  
pisar los pies a una persona iemand op zijn tenen trappen  
pisar los talones a una persona iemand op de hielen zitten  
poner a alguien en el baúl de los recuerdos iemand compleet vergeten zijn  
poner a alguien en/por/sobre las nubes iemand de hemel inprijzen, iemand ophemelen  
poner a alguien en ridículo   iemand voor schut zetten  
poner a prueba op de proef stellen  
poner algo a tiro iets erg makkelijk maken   
poner algo sobre el tapete iets in de groep gooien  
poner el grito al/en el cielo  luidkeels protesteren, op zijn achterste benen gaan staan  
poner el listón alto, bajo de lat hoog, laag leggen  
poner la mesa de tafel dekken  
poner una pica en Flandes iets moeilijks voor elkaar krijgen  
poner unos ojos como platos enorme ogen opzetten  
ponerle la piel de gallina a alguien ergens kippenvel van krijgen  
ponerle los cuernos a alguien iemand ontrouw zijn in een relatie  
ponerse al día bijpraten  
ponerse al teléfono aan de telefoon komen; doorverbinden  
ponerse de perfil  uit lafheid geen standpunt innemen  
ponerse de puntillas op zijn tenen staan  
ponerse las botas copieus eten  
ponérsele a uno los pelos de punta

iemands haren ten berge doen rijzen

 
ponerse en cuclillas hurken  
por los codos honderduit  
por los pelos op het nippertje; met de hakken over de sloot  
por malas artes op een slinkse manier  
por si fuera poco alsof het nog niet erg genoeg is/was  
¡por supuesto! uiteraard!  
por ti no pasan los años  je blijft er jong uitzien  
predicar con el ejemplo het goede voorbeeld geven  
presidir la mesa

aan het hoofd van de tafel zitten; voorzitten

 
pueblo de mala muerte uithoek, gat  
¡punto a la boca! mondje dicht!  
¡(y) punto en boca! punt uit! geen discussie meer!  
punto y aparte punt, nieuwe regel  

 

Q

   
¿qué adelantas, sacas con eso? wat schiet je daarmee op?  
¡qué bien te veo! wat zie je er goed uit!  
¡qué cacao! wat een gedoe!  
¡qué cacareo! wat een gekakel!  
¡qué cara de funeral! wat een begrafenisgezicht!  
¡qué coincidencia! wat een toeval!  
¡que cumplas muchos más! en op de jaren die nog komen!   
¡qué follón! wat een gedoe!  
¡qué guay! té gek!  
¿qué le vamos a hacer? wat doe je eraan?  
¡qué lío! wat een gedoe! wat een troep!  
¡qué majadería! wat een gezeur/gezever!  
¡qué más da! wat geeft het! wat maakt het verschil?  
¿qué mosca te ha picado? wat bezielt je?  
¿qué número calzas? wat is jouw schoenmaat?  
¿qué pinta X aquí? wat voert X hier uit?  
¡qué repelús! wat eng!  
¡qué sé yo!  weet ik veel!  
¡que sigas bien! het beste ermee!  
¡que sueñes con los angelitos! slaap lekker!  

¿qué tal?

 - fatal

 - (voy) tirando

hoe gaat het?

heel slecht

matig

 

¿qué talla llevas?

wat is jouw kledingmaat?

 

¡que te mejores!

beterschap!

 
¿qué te parece?  wat vind jij er van?  

¿qué te propones?

wat ben je eigenlijk van plan?

 

¡qué va!

welnee!

 
qué vergüenza! wat een schande!  
que ya es decir  en dat wilt wel wat zeggen   
que yo recuerde, ... voor zover ik me herinner ...  
que yo sepa, ... voor zover ik weet ...  
¡quién va a ser! wie anders?  
queda mucho por hacer er is nog veel te doen; er moet nog veel (gedaan worden)  

quedarse a la luna de Valencia,

quedarse con un palmo de narices

(erg) teleurgesteld achterblijven/zijn

 

 
quedarse de piedra stomverbaasd zijn  
¿quedarse sin dinero zonder geld komen te zitten  
¿quién da la vez?  wie is de laatste in de rij?  
¿quién habla? met wie spreek ik?  
quitar, levantar, recoger la mesa de tafel afruimen  
quitarse de la cabeza uit je hoofd zetten, op je buik schrijven  
quitarse el sombrero ante alguien z'n petje afnemen voor iemand  
R    
ratón, -ona de biblioteca boekenwurm  
refrescar la memoria het geheugen opfrissen  
reír a carcajada tendida lang en luid schaterlachen  

 S

   
saber algo a punto fijo  iets heel zeker weten  
saber algo al dedillo iets op zijn/haar duimpje kennen  
saber de buena tinta uit goede bron vernemen  
saber de memoria uit het hoofd kennen  
saber un rato sobre algo heel wat afweten van iets  
saber qué terreno se pisa  van wanten weten, deskundig zijn in de aanpak van iets  
¿sabes lo lejos que está eso? weet je wel hoe ver dat is?  
sacar a bailar ten dans vragen  
sacar al sol los trapos sucios de vuile was buiten hangen  
sacar buenas notas goede cijfers halen  
sacar provecho de  profijt hebben van  
sacar de quicio a alguien iemand tot wanhoop brengen  
sacar el carné/carnet de conducir het rijbewijs halen  
sacar X años, meses, metros voorliggen (in leeftijd, bij sport)  
salir a (la) luz aan het licht komen (figuurlijk); uitkomen  
salir bien, fatal/mal, mejor   het er goed, slecht, beter vanaf brengen  
salir de la nada van zeer nederige komaf zijn  
salir del armario uit de kast komen (fig.)  
salir pitando, salir por pies zich uit de voeten maken, ervandoor gaan  
salirse con la suya zijn zin krijgen  
saltarse un semáforo door rood rijden  
saltarse la clase spijbelen  
saludo cordial hartelijke groet  
sea lo que sea  hoe dan ook  
se le cayó el alma a los pies de moed zonk hem/haar in de schoenen  
se me cae la baba ik ga watertanden  
se me hace la boca agua het water loopt me in de mond  
se me hace tarde dat wordt me te laat  
se me ponen los pelos de punta de haren rijzen mij te berge  
secreto a voces publiek geheim  
seguir en X nog altijd in X zijn, verblijven  
seguir en sus trece voet bij stuk houden  
¡según (cómo) se mire!  het is maar hoe je het bekijkt  
sentar bien goeddoen, deugd doen  
sentar la cabeza zich settelen, zich binden  
sentirse a sus anchas zich op zijn gemak voelen  
sentirse como pez en el agua zich als een vis in het water voelen  
¡sepa Judas!¡sabe Dios! Joost mag het weten!  
ser capaz de in staat zijn om   
ser como el agua y el aceite heel verschillend zijn qua karakter  
ser de pura cepa rasecht zijn  
ser flaco, -a de memoria  een slecht geheugen hebben  
ser fuerte como un roble beresterk zijn  
ser la hostia té gek/geweldig zijn  
ser más chulo que un ocho erg verwaand zijn  
ser más listo, -a que el hambre zo sluw als een vos zijn  
ser más pobre que una puta en cuaresma zo arm als een kerkrat zijn  
ser más serio, -a que un ajo bloedserieus zijn  
ser parco,-a en palabras weinigzeggend zijn, niet veel praten  
ser plato de segunda mesa een ondergeschikte rol (moeten) spelen  
ser rebuscado gekunsteld, vergezocht zijn.  
ser ridículo, -a bespottelijk doen  
ser tal para cual aan elkaar gewaagd zijn  
ser todo oídos een en al oor zijn  
ser un cero a la izquierda een grote nul zijn  
ser un culo de mal asiento een onrustige persoon zijn  
ser un pedazo de pan een goeie lobbes zijn  
ser una cabeza dura een stijfkop zijn  
ser una pasada erg leuk zijn   
ser una tumba zwijgen als vermoord  
ser una urraca hebberig zijn  
ser uña y carne onafscheidelijk zijn, heel goede vrienden zijn; twee handen op één buik zijn  
si bien se mira alles welbeschouwd, als je het goed bekijkt  
si mal no recuerdo als ik me goed herinner  
sin decir chus ni mus zonder boe of bah te zeggen  
sin papeles illegale  
sin pestañear zonder blikken of blozen; zonder tegen te stribbelen  
sin prisa pero sin pausa(s) langzaam maar zeker  
soltar un taco vloeken  
somos siete wij zijn met z'n zevenen  
soplar X velas X jaar oud worden  
soy yo ik ben het  
subir por las nubes hemelhoog stijgen  
suma y sigue en ga zo maar door  

 

T

   
(y) tan amigos (en) even goede vrienden  
¡tanto mejor! blij toe!  
tarde o temprano vroeg of laat  
te debo/estoy en deuda contigo ik sta bij jou in het krijt  
te lo doy por escrito ik geef het je zwart op wit  
te veo el juego ik heb je door/in de gaten  
te veo ido ik vind je afwezig uitzien  
¿te viene bien? schikt het jou?  
tener algo claro, -a zeker zijn van iets  
tener X años X jaar (oud) zijn  
tener bemoles haken en ogen hebben  
tener buena mano para algo bekwaam zijn in iets  
tener buena pinta er goed uitzien  
tener calor/frío het warm/koud hebben  
tener canguelo het Spaanse benauwd hebben  
tener cara de cansado, -a er moe uitzien  
tener cara de palo geen enkele emotie tonen  
tener cara de pocos amigos er slechtgehumeurd uitzien  
tener celos (de) jaloers zijn (op)  
tener chispa geestig, gevat zijn  
tener don de gentes goed met mensen om kunnen gaan  
tener la lengua de trapo/estropajo wartaal spreken, brabbelen  
tener la sangre caliente erg opvliegend zijn  
tener mal genio een slecht karakter hebben  
tener manos de trapo twee linkerhanden hebben  
tener más razón que un santo overschot van gelijk hebben  
tener miedo a/de bang zijn voor  
tener morro lef hebben  
tener mucha labia welbespraakt zijn  
tener mucha marcha van geen ophouden weten  
tener mucho cuento veel praats hebben  
tener muchos humos, tener ínfulas erg verwaand zijn, zich veel verbeelden  
tener preferencia voorrang hebben  
tener ganas de zin hebben in  
tenerle manía a alguien, algo een hekel hebben aan iemand, iets  
tenerlo chungo een rotdag hebben  

tener una cuenta pendiente con alguien 

met iemand een appeltje te schillen hebben

 
¿tengo monos en la cara? heb ik iets van je aan?  
tengo que confesar het moet mij van het hart  
tener sobra de tiempo voldoende tijd hebben  
tirar a burdeos (u otro color) bijna bordeauxkleurig (of een andere kleur) zijn  
tirar de las orejas aan de oren trekken   
tirar la casa por la ventana het geld over de balk gooien  
tirar la toalla de handdoek in de ring gooien, het opgeven  
tocar tierra aanmeren (van boot)  
todo el santo día de godganse dag; de hele dag lang  
¡o todos moros o todos cristianos! we doen het met z'n allen of we doen het niet!  
tomar algo con pinzas iets met een korreltje zout nemen (fig.)  
tomar el fresco een frisse neus halen  
tomar el pelo a una persona iemand beetnemen, voor de gek houden  
tomar la vez voordringen  
tomar tierral landen (van vliegtuig)  
tomar un trago iets gaan drinken  
tomarse mucha confianza zich veel vrijheden veroorloven  
tomarse un respiro even tot rust komen  
traerse algo entre manos iets van plan zijn  
¡trato hecho! afgesproken!  
¡tú dirás! zeg het maar!  
tumbarse a la bartola luilakken, lanterfanten  

 

U 

   

una cosa no quita la otra

het ene sluit het andere niet uit

 
un día sí y otro no om de andere dag  
un golpe bajo een gemene streek  
un perro verde een rare snijboon  
una cosa no quita la otra het ene sluit het andere niet uit  
una pareja de hecho een officieel samenwonend stel  
una verdad como un templo een waarheid als een koe   
uña y carne twee handen op één buik  

 

V

   
va bien con past goed bij  
¡vale la pena! het is de moeite waard!  
vamos a darnos prisa laten we opschieten  
¡vaya morro! wat een lef!  
¡vaya tostón! dat is een zware dobber, een hele kluif!  
véase al dorso zie ommezijde  
venir de perillas als geroepen komen  
la verdad eerlijk gezegd  
una verdad como un templo een waarheid als een koe  
ver las estrellas sterretjes zien   
¡vete a freír espárragos!  loop naar de maan!  
¡vete a hacer gárgaras! hoepel op!  
volver la cara a alguien iemand de rug toekeren  
voy comprendiendo ik begin het te begrijpen  
vuelvo enseguida ik kom zo terug  
 Y    
¿y eso qué?  en dus? en wat dan nog?   
¡y punto en boca! punt uit! geen discussie meer!  
¡ya caigo! ik snap het!  
¡ya era hora! dat werd tijd!  
ya es hora het is tijd, het wordt tijd om  
ya escampa het klaart al op  
¡ya está! klaar is Kees! het is klaar  
¿ya le atienden? wordt u al geholpen?  
¡ya lo creo! nou en of!  
¡ya lo sé! dat weet ik al!  
¡ya lo veo! nou begrijp ik het!  
ya me lo imagino dat kan ik me best voorstellen  
ya no puedo más ik kan niet meer  
ya no se me ocurre nada ik kan niets meer bedenken  
ya se hace tarde het wordt al laat  
¿ya te has olvidado de ello? ben je dat vergeten?  
¡ya veremos! we zullen wel zien!  
¿ya ves? zie je wel?  
¡yo qué sé! weet ik veel!   
yo que tú in jouw plaats  

 

Historische uitspraken

   
Divide y vencerás. (Julio César, Napoleón) Verdeel en heers.   
El más rico no es el que más tiene, sino el que sabe que no le falta nada. (Buda) Niet hij die het meeste bezit is de rijkste, maar wel hij die weet dat hij niets tekort komt.    
Mente sana en cuerpo sano. (Juvenal) Een gezonde geest in een gezond lichaam.  
Pienso, luego existo. (Descartes) Ik denk, dus ik besta.  
Ser o no ser, esa es la cuestión. (Shakespeare) Zijn of niet zijn, dat is de vraag.  
Vine, vi y vencí. (Julio César) Ik kwam, zag en overwon.   

Presidir la mesa