10663 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Weetwoorden, idioom e.d. | valse vrienden


amigos falsos

 

Ken je Spaanse woorden die iets heel anders betekenen dan het Nederlandse woord dat erop lijkt? Laat het ons weten via de contactpagina.

 

Spaans betekenis valse vriend 
(met Spaanse vertaling) 
advertencia waarschuwing advertentie (anuncio)
un alumno  een leerling, student  oud-student (exestudiante) 
un anuncio een advertentie una advertencia (een waarschuwing)
autobombo  zelfverheerlijking  bomauto (coche bomba)
bizarro dapper bizar (raro)
un bizcocho een cake

biskwietje (una galleta)   

brutal bruut, wreed brutaal (grosero, impertinente, maleducado) 
un bulbo een bloembol een bolletje brood (un bollo)
un burro een ezel boter (mantequilla)
una carta een brief een kaart (una tarjeta), kaart (un mapa)
una carpeta een map een karpet (una alfombra)
una cerveza een bier een servies (una vajilla, un servicio)
una cola een staart een Coca-Cola, een Pepsi (una coca-cola o una pepsi-cola)
un cómico een komiek een stripverhaal (una tira cómica)
el/la concurrente de deelnemer,-neemster el rival = de concurrent, de rivaal
constiparse verkouden worden constipatie krijgen (estreñirse)
una copa een glas met voet een kop (una taza)
un cumplido een complimentje aanvulling (un complemento)
dar clase les geven, les krijgen Dit is een buitenbeentje. Er zijn twee betekenissen, de context is hier bepalend.
dichoso, -a verdomd, vervloekt; gelukkig, fortuinlijk Dit is een buitenbeentje. Er zijn twee betekenissen, de context is hier bepalend.
una dieta een eetgewoonte, dieet un régimen = een vermageringskuur
embarazada zwanger

embarrasseren,

verlegen maken (avergonzar)

en absoluto  helemaal niet absoluut (totalmente)
las endivias witlof, Brussels lof

andijvie (la escarola)

colecitas de Bruselas = spruitjes

enseñar onderwijzen, doceren, aanleren leren (aprender)
el éxito het succes de uitgang (la salida)
gracioso, -a grappig gracieus (elegante; ook wel: gracioso)
gente de mucho peso belangrijke mensen

mensen met veel gewicht, dikke mensen

 

el globo de ballon de bal (el balón)
un guante een handschoen een want (una manopla)
un imán een magneet; een imam (islam)  
la masa het deeg de menigte (la multitud, muchedumbre)
manco, manca eenarmige kreupele, manke (cojo, coja)
el marinero de matroos de marinier (el  infante de marina)
oeste  west  oost (el este) 
pan brood pan (la sartén)
perro falso namaakhond valse hond (perro malo)
pisar betreden pissen (orinar)
un profesor een leraar een professor (un catedrático)
quince días twee weken

NL : 14 dagen

Spaans: 15 dagen

un refrán een spreekwoord, een gezegde een refrein (un estribillo)
una regla een regel, een voorschrift een regel in een tekst (un renglón)
un riesgo een risico un rísico: klinkt Spaans, maar bestaat niet.
social maatschappelijk sociaal (in omgang) = sociable
una sopa een soep een sop (un agua jabonosa)
una taza een kop een draagtas (una bolsa) 
turismo toerisme; personenauto De betekenis (personenauto) kan verwarring wekken. 
un vaso een glas een vaas (un florero)







Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans