10663 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Weetwoorden, idioom e.d. | spreekwoorden


  • A la cama no te irás, sin saber una cosa más.
    (Nieuwe dingen leren is een must.)

  • A la ocasión la pintan calva.
    (Een gemiste kans keert niet weer.) 

  • A la tercera va la vencida.
    (Derde keer is scheepsrecht.)

  • ¡A otro perro con ese hueso!
    (Maak dat de kat wijs!)

  • Antes de que te cases, mira lo que haces.
    (Bezint eer je begint.)

  • Borrón y cuenta nueva.
    (Zand erover!)

  • Cada oveja con su pareja.
    (Op ieder potje past een deksel.)

  • Dime con quién andas y te diré quién eres.
    (Je leert iemand beter kennen als je ziet wie zijn vrienden zijn.)

  •  El amor es ciego.
    (Liefde maakt blind.)

  • El que no se arriesga, no cruza el río.
    (Wie niet waagt, die niet wint.)

  • El pescado/huésped y las visitas a los tres días/después de tres días huelen mal.
    (Visite en vis blijven drie dagen fris.) 

  • En abril, aguas mil
    (April doet wat hij wil; maartse grillen, aprilse buien)

  • En tierra de ciegos el tuerto es rey.
    (In het land der blinden is éénoog koning.)

  • Es sordo como una tapia.
    (Hij is stokdoof.)

  • Hogar, dulce hogar.
    (Oost west, thuis best.)

  • Hombre enfermo, hombre eterno.
    (Krakende wagens lopen het langst.)

  • Hoy por ti, mañana por mí.
    (Wij hebben elkaar nodig en ik heb dit graag voor jou gedaan!)

  • Las apariencias engañan.
    (Schijn bedriegt.)

  • La paciencia es la madre de la ciencia.
    (Geduld is de metgezel van wijsheid.)

  • Las cosas de palacio van despacio.
    (Bureaucratische zaken gaan traag.)

  • La unión hace la fuerza.
    (Eendracht maakt macht.)

  • Lo bueno, cuando breve, dos veces bueno. 
    (Wat goed is en kort, is dubbel zo goed.)
  • Lo que no mata, engorda.
  • (Wat niet doodt, maakt sterker.)

  • Lo prometido es deuda.
    (Belofte maakt schuld.)

  • Madrid: nueve meses de invierno y tres de infierno.
    (In Madrid is het altijd ofwel snikheet, ofwel berekoud.)

  • Más moscas se cazan con miel que con vinagre.
    (Je bereikt meer als je het vriendelijk aanpakt.)
  • Más vale maña que fuerza.
    (Wie niet sterk is, moet slim zijn.)

  • Más vale pájaro en mano que cien(to) volando.
    (Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.)

  • Más vale tarde que nunca.
    (Beter laat dan nooit.)

  • Más vale un 'toma' que dos 'te daré'.
    (Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.)

  • No hay mal que cien años dure.
    (Eind goed, al goed.)

  • No hay rosa(s) sin espinas.
    (Er zijn geen rozen zonder doornen.)

  • Ojos que no ven, corazón que no siente.
    (Uit het oog, uit het hart.)

  • Por la calle del 'ya voy' se va a la casa del 'nunca'. 
    Langs de straat van 'straks' ga je naar het huis van 'nooit'.

  • Una golondrina no hace el verano.
    (Eén zwaluw maakt nog geen zomer.)

  • Quien fue a Sevilla, perdió su silla.
    (Opgestaan is plaats vergaan.)

  • Quien pega primero, pega dos veces.
    (De aanval is de beste verdediging.)
  • Vale más la salsa que los caracoles.
    (Het sop is de kool niet waard.)







Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans