11175 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Weetwoorden, idioom e.d. | spreekwoorden


  • A la cama no te irás, sin saber una cosa más.
    (Nieuwe dingen leren is een must.)

  • A la ocasión la pintan calva.
    (Een gemiste kans keert niet weer.) 

  • A la tercera va la vencida.
    (Derde keer is scheepsrecht.)

  • ¡A otro perro con ese hueso!
    (Maak dat de kat wijs!) 

 

  • Antes de que te cases, mira lo que haces.
    (Bezint eer je begint.)

  • Borrón y cuenta nueva.
    (Zand erover!)

  • Cada oveja con su pareja.
    (Op ieder potje past een deksel.)

  • Dime con quién andas y te diré quién eres.
    (Je leert iemand beter kennen als je ziet wie zijn vrienden zijn.)

 

  •  El amor hace ciego.
    (Liefde maakt blind.)

  • El que no se arriesga, no cruza el río.
    (Wie niet waagt, die niet wint.)
  • El pescado/huésped y las visitas a los tres días/después de tres días huelen mal.
    (Visite en vis blijven drie dagen fris.) 
  • En abril, aguas mil
    (April doet wat hij wil; maartse grillen, aprilse buien)
  • En tierra de ciegos el tuerto es rey.
    (In het land der blinden is éénoog koning.)

  • Es sordo como una tapia.
    (Hij is stokdoof.)

  • Hogar, dulce hogar.
    (Oost west, thuis best.)

  • Hombre enfermo, hombre eterno.
    (Krakende wagens lopen het langst.)

  • Hoy por ti, mañana por mí.
    (Wij hebben elkaar nodig en ik heb dit graag voor jou gedaan!)

  • Las apariencias engañan.
    (Schijn bedriegt.)

 

  • La paciencia es la madre de la ciencia.
    (Geduld is de metgezel van wijsheid.)

  • Las cosas de palacio van despacio.
    (Bureaucratische zaken gaan traag.)

  • La unión hace la fuerza.
    (Eendracht maakt macht.)

  • Lo bueno, cuando breve, dos veces bueno. 
    (Wat goed is en kort, is dubbel zo goed.)

  • Lo prometido es deuda.
    (Belofte maakt schuld.)

  • Madrid: nueve meses de invierno y tres de infierno.
    (In Madrid is het altijd ofwel snikheet, ofwel berekoud.)

  • Más moscas se cazan con miel que con vinagre.
    (Je bereikt meer als je het vriendelijk aanpakt.)

  • Más vale maña que fuerza.
    (Wie niet sterk is, moet slim zijn.)

  • Más vale pájaro en mano que cien(to) volando.
    (Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.)

  • Más vale tarde que nunca.
    (Beter laat dan nooit.)

  • Más vale un 'toma' que dos 'te daré'.
    (Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.)

  • No hay mal que cien años dure.
    (Eind goed, al goed.)

  • Ojos que no ven, corazón que no siente.
    (Uit het oog, uit het hart.)

  • Una golondrina no hace el verano.
    (Eén zwaluw maakt nog geen zomer.)

  • Quien fue a Sevilla, perdió su silla.
    (Opgestaan is plaats vergaan.)

  • Quien pega primero, pega dos veces.
    (De aanval is de beste verdediging.)







Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans