11368 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Bijvoeglijk naamwoord, bijwoord | vergelijking


los grados de comparación

(de trappen van vergelijking)

 

 

comparativo de igualdad (trap van gelijkheid)

 

tan + bijvoeglijk naamwoord como = zo/even ... als

  • Amalia es tan lista como su amiga Solana.
    (Amalia is even slim als haar vriendin Solana.)

igual (de ...) que = even/zo ... als

  • Isabel es igual de alta que Concha.
    (Isabel es even groot als Concha.)

tanto/-a/-os/-as + zelfstandig naamwoord como = zoveel ... als

  • Yo no tengo tanto dinero como
    (Ik heb niet zo veel geld als jij.)
  • Barcelona no tiene tanta vida nocturna como Madrid.
    (Barcelona heeft niet zoveel nachtleven als Madrid.)
  • Febrero no tiene tantos días como marzo.
    (Februari heeft niet zoveel dagen als maart.)

el mismo/la misma/ los mismos/las mismas/ lo mismo que= de-/hetzelfde als

  • ¿Qué museos has visitado? Los mismos que tú. (Welke musea heb jij bezocht? dezelfde als jij.)
  • Tengo la misma revista que usted. (Ik heb hetzelfde tijdschrift als u.)

Meer informatie over mismo, zie onbepaald voornaamwoord.

 

 

Comparativo de superioridad/inferioridad (vergrotende/verkleinende trap)

 

De vergrotende trap wordt gevormd door más ... que.

De verkleinende trap wordt gevormd door menos ... que.

  • México D.F. es más grande que Nueva York.
    (México-Stad is groter dan New York.)
  • Esta camiseta cuesta menos que la otra,  pero me gusta más.
    (Dit T-shirt is goedkoper dan dat, maar ik vind het mooier.)
Wanneer de uitdrukkingen meer dan of minder dan gevolgd worden door een telwoord of een andere uitdrukking van hoeveelheid, wordt in het Spaans más de of menos de gebruikt. Er is dan in feite geen sprake van een vergelijking.
  • Mi abuela tiene más de 80 años.
    (Mijn oma is ouder dan 80 jaar.)
  • Alberto preparó más de una docena de tapas.
    (Alberto maakte meer dan een dozijn tapas.) 

Het Nederlandse woordje 'dan' in vergelijkingen vertaal je met

 

que als het tweede deel van de vergelijking geen eigen persoonsvorm of verborgen werkwoord heeft:

  • Alemania es más grande que Francia.
    (Duitsland is groter dan Frankrijk.)

del/de la/de los/ de las que als het tweede deel van de vergelijking een eigen persoonsvorm heeft en de vergelijking een zelfstandig naamwoord betreft:

  • México produce más petróleo del que necesita.
    (Mexico produceert meer olie dan het nodig heeft.)

de lo (que) als het tweede deel van de vergelijking een eigen (of verborgen) persoonsvorm heeft:

  • El avión llegó antes de lo [que habían] esperado. 
    (Het vliegtuig kwam eerder aan dan [ze hadden] verwacht.)
  • El torneo comienza más tarde de lo previsto.
    (Het toernooi begint later dan voorzien.)

a na superior/inferior en na preferir:

  • Este vino es superior a ese.
    (Deze wijn is beter van kwaliteit dan die.)
  • Prefiero café a té.
    (Ik heb liever kofie dan thee.)

'Dan' in vergelijkingen vergelijkingen met telwoorden of zelfstandige naamwoorden van hoeveelheid vertaal je met

de in bevestigende zinnen:

  • ¿Qué ciudad tiene más de un millón de habitantes?
    (Welke stad heeft meer dan een miljoen inwoners?)
  • Más de la mitad de la clase tiene la gripe.
    (Meer dan de helft van de klas heeft de griep.)

de of que in ontkennende zinnen (let op betekenisverschil!):

  • No tengo más que cincuenta euros.
    (Ik heb slechts vijftig euros.)
  • No tengo más de cincuenta euros.
    (Ik heb hoogstens vijftig euros.)

Superlativo (overtreffende trap)

 

De overtreffende trap wordt gevormd door:

el (la,los,la,las) + más/menos + bijvoeglijk/zelfstandig naamwoord

of

el (la,los,la,las) + zelfstandig naamwoord + más/menos + bijvoeglijk naamwoord

  • Esta página web es la más informativa de todas.
    (Deze website is de meest informatieve van allemaal.)
  • El lago Titicaca es el lago más alto del mundo.
    (Het Titicacameer is het hoogste meer ter wereld.)

 

Bijzondere vormen van bijvoeglijke naamwoorden

 

Een aantal bijvoeglijke naamwoorden heeft een regelmatig én een onregelmatig gevormde vergrotende trap, overtreffende trap. De betekenis verschilt.

 

más bueno = aardiger, liever

mejor = beter, best

  • Este niño es más bueno que su hermano.
    (Deze jongen is aardiger dan zijn broer.)
  • La foto de Pablo es mejor que la de Enrique.
    (De foto van Pablo is beter dan die van Enrique.)

más malo = stouter, ondeugender

peor = slechter, slechtst 

  • Andrés es más malo que Ernesto.
    (Andrés is stouter dan Ernesto.)
  • Para matemáticas tengo la peor nota de la clase.
    (Voor wiskunde heb ik het slechtste cijfer van de klas.)

 

más grande = groter (qua omvang, ruimte)

mayor = groter (figuurlijk), ouder, oudst

  • Tu casa es más grande que la mía.
    (Jouw huis is groter dan het mijne.)
  • Mi hermano mayor estudia en Brusélas.
    (Mijn oudste zus studeert in Brussel.)

 

más pequeño = kleiner (qua omvang, ruimte)

menor = minder, jonger, jongst

  • Mi coche es más pequeño que el suyo.
    (Mijn auto is kleiner dan de zijne.)
  • Mi hermana menor tiene veinte años.
    (Mijn jongste zus is twintig jaar.)
      

De absolute superlatief van de bijvoeglijke naamwoorden

De absolute superlatief kan op twee manieren gevormd worden:

 

- door muy vóór het bijvoeglijk naamwoord te plaatsen:

  • caro, -a:  muy caro, -a

- Door het achtervoegsel -ísimo, -a  aan het bijvoeglijk naamwoord toe te voegen:

  • caro, -a: carísimo, -a.

Het nieuw gevormde woord kan in dit geval eventueel verschillen in de vertaling en het klassieke 'zeer', 'erg' in een woord zoals carísimo kan zo bijvoorbeeld vertaald worden als peperduur, loquísimo als knettergek, mismísimo als in hoogsteigen persoon, enzovoort.  

 

Vorming van de superlatief met het achtervoegsel

 

Algemene regel

 

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een klinker wijzigen de klinker in -ísimo of -ísima (ook bijvoeglijke naamwoorden met veel lettergrepen): 

  • caro, - a: carísimo, -a

Uitzonderingen:

  

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -ble krijgen een i tussen de b en de l.

  • amable: amabilísimo, -a
  • irrresponsable: irresponsabilísimo, -a  

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -co veranderen de c in qu vóór het achtervoegsel.

  • poco, -a:  poquísimo, -a

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -go krijgen een u tussen de g en de i.

  • largo, -a: larguísimo, -a   

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker krijgen het achtervoegsel -ísimo, -a.

  • difícil: dificilísimo, -a

 

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -n of -r krijgen als achtervoegsel -císimo, -a.

  • joven: jovencísimo, -a
  • mayor: mayorcísimo, -a

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -z veranderen de z in c vóór het achtervoegsel.

  • feliz: felicísimo, -a 

Speciale gevallen:

  • antiguo,-a: antiquísimo, -a
  • célebre: celebérrimo, -a
  • frío: friísimo, -a
  • pobre: paupérrimo, -a

 

Opmerking:

De absolute superlatief wordt niet gebruikt bij sommige bijvoeglijke naamwoorden zoals fantástico, -a, maravilloso, -a, perfecto, -a, die impliciet al iets superlatiefs hebben. 








Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans