7094 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Bijvoeglijk naamwoord, bijwoord | bijwoord


El adverbio

 

 

functies

 

Bijwoorden zeggen iets van een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een ander bijwoord of een hele zin. Zij geven aan:

 

de manier waarop:

  • El público espera pacientemente.
    (Het publiek wacht geduldig)
  • El ascensor funciona bien.
    (De lift functioneert goed.)

 

de plaats waar:

  • ¿Qué tienes ahí?
    (Wat heb je daar?)
  • Allí, enfrente, está el cine.
    (Daar, aan de overkant, is de bioscoop.)

 

het tijdstip waarop:

  • Ahora no tengo ganas.
    (Nu heb ik geen zin.)
  • Entonces lo supe.
    (Toen kwam ik het te weten.)

 

de graad waarin:

  • El tiempo es bastante bueno.
    (Het weer is tamelijk goed.)
  • El problema es enormemente complicado.
    (Het probleem is enorm gecompliceerd.)

 

vormen

 

Veel bijwoorden worden gevormd door -mente achter de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord te plaatsen:

  • Felizmente llegó a tiempo.
    (Gelukkig kwam hij op tijd.)
  • Probablemente no pasará nada.
    (Waarschijnlijk zal er niets gebeuren.)

 

bijwoordelijke uitdrukkingen

 

In het Spaans bestaan veel bijwoordelijke uitdrukkingen. Zij bestaan vaak uit twee woorden waarvan het eerste een voorzetsel is.

 

al contrario integendeel
alguna vez een keer
al principio aanvankelijk, in het begin
a menudo vaak
a tiempo op tijd
a veces soms
dentro de poco binnenkort
de prisa, deprisa haastig
de pronto ineens
de repente plotseling
de todos modos in ieder geval
de vez en cuando zo nu en dan
en cambio daarentegen
en seguida onmiddellijk
en serio in ernst, serieus
en total kortom
en vano tevergeefs
muchas veces vaak
otra vez nogmaals
pocas veces soms
poco a poco langzamerhand
raras veces zelden
una vez eens
varias veces verscheidene malen

 

 

bijwoorden in het Nederlands, werkwoordconstructies in het Spaans

 

acabar de + infinitief zojuist 
gustar + infinitief graag
dejar de + infinitief niet meer
no tardar en + infinitief   spoedig
seguir+ gerundio nog steeds
soler + infinitief meestal
volver a + infinitief weer

 

 

reciente, recientemente, recién

 

Bij het bijvoeglijk naamwoord reciente (recent) hoort het bijwoord recientemente (onlangs). 

  • Esta es una foto reciente.
    Dit is een recente foto. (bijvoeglijk naamwoord)
  • Esto se ha instalado recientemente.
    Dit is onlangs geïnstalleerd. (bijwoord)
  • Esto ha sucedido recientemente.
    Dit is recentelijk gebeurd. (bijwoord) 

Recientemente wordt ingekort tot recién vóór een voltooid deelwoord.

  • Un bebé recién nacido.
    Een pas geboren baby.
  • Una pareja de recién casados.
    Een pasgetrouwd stel.

 

 

muy, tan, mucho, tanto

 

muy (=zeer) en tan (zo) worden gebruikt voor een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord:

  • Este café está muy rico.
    (Deze koffie is erg lekker.)
  • Valencia no es tan grande como Barcelona.
    (Valencia is niet zo groot als Barcelona.)

 

mucho (=zeer, erg, veel) en tanto (zoveel) worden gebruikt bij een zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of bijwoord in de vergrotende trap:

  • Mi vecino trabaja mucho.
    (Mijn buurman werkt veel.)
  • Mi vecino es mucho mayor que yo.
    (Mijn buurman is veel ouder dan ik.)
  • Mi moto ya no hace tanto ruido.
    (Mijn brommer maakt niet meer zoveel lawaai.)

 








Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans