|
13336 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
La hija (volgde op) ........ a su padre en el negocio familiar.
suceder a = opvolgen
negocio familiar = familiebedrijf
seguir (i) = volgen; vervolgen, doorgaan; (bevel) opvolgen
suplantar = verdringen
sustituir = vervangen
El niño duerme (ondanks) ........ los festejos.
a pesar de = ondanks
festejo(s) = feestelijkheid, feestgedruis
aunque = hoewel, ofschoon
conque = dus, derhalve
ya que = vermits, aangezien
Cuando estoy (geconstipeerd) ........ como alimentos ricos en fibra.
estar estreñido, -a = geconstipeerd zijn
fibra = vezel
estar avergonzado, -a = zich schamen
estar constipado, -a = verkouden zijn
estar embarazada = zwanger zijn
Nada más empezar llegó Gabi.
nada más + infinitivo = nog maar net (gedaan hebben)
al lang begonnen zijn = ya haber empezado desde hace mucho tiempo
niets kunnen beginnen voordat = no poder iniciar nada antes de que (+ subjuntivo)
© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van Martin van Toll Producties in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans |