Todas las mañanas, Marian (doet) ........ ejercicios para mantenerse en forma.
hacer ejercicios = oefeningen doen, maken
De vormen van de presente van hacer (= doen) zijn: hago, haces, hace, hacemos, hacéis, hacen
Los hijos de Guillermo y Paula aún creen en ........ Nicolás.
De kinderen van Guillermo en Paula geloven nog in Sinterklaas (Sint-Nicolaas).
santo, -a = heilige
Santo wordt San vóór een mannelijke eigennaam (San Nicolás, San José), behalve als de eigennaam begint met Do- of To- (Santo Tomás, Santo Domingo).
Sant = heilige in het Catalaans (Sant Jordi <> San Jorge)
(Het woordenboek kost ietsje meer dan honderd euro.)
El diccionario cuesta ........ .
telwoord + euros + y pico = iets meer dan
ietsje meer dan honderd euro = cien euros y pico. Eveneens correct: ciento y pico euros.
Ciento wordt cien voor een zelfstandig naamwoord en voor het telwoord mil.
Wat is een synoniem voor de volgende uitdrukking?
¡Que aproveche!
¡que aproveche!; ¡buen provecho! = eet smakelijk!
De andere combinaties zijn niet juist.