- ¿Qué han dicho tus padres?
- Quieren que (wij gaan) ........ a la casa del campo en la Semana Santa.
vayamos: subjuntivo presente (nosotros) van ir
Het werkwoord querer drukt emotie uit: querer que + subjuntivo.
En Montevideo el aire huele (naar) ........ libros, hay más de 50 librerías.
oler a = ruiken naar
De presente van oler: huelo, hueles, huele, olemos, oléis, huelen
De combinaties oler hacia, de, para zijn niet correct.
(Ik wil het hem niet zeggen. Doe jij het maar!)
No quiero ........ . ¡ ........ tú!
No quiero decírselo. ¡Hazlo tú!
het = lo
(aan) hem = le
Als er een infinitief in de zin staat, komen de persoonlijke voornaamwoorden hetzij achter de infinitief en eraan vast hetzij voor de werkwoordsvormen. In dit geval wordt het dan: no se lo quiero decir.
De combinatie le lo verandert in se lo.
Jesús Carrasco es un autor pacense.
pacense = uit Badajoz (oude naam: Pax Augusta), in de regio Extremadura
handleiding = manual
uit La Paz, Bolivia = paceño, -a
vredelievend = pacífico, -a
Jesús Carrasco (1972) schreef o.a. de roman Intemperie, die naar meer dan twintig talen werd vertaald. In 2021 verscheen zijn derde boek Llévame a casa.