Ga weg, jij!
De vormen vete en váyase komen van de infinitief irse (weggaan).
De vormen ve en id komen van ir (gaan)
¡Vete!= onregelmatige gebiedende wijs (tú )
¡Váyase! = Gaat u weg!
¡Ve! = Ga!
¡Id!= Gaan jullie!
(Meneer Rodríguez, ik kan het u nu niet zeggen.)
Señor Rodríguez, ........ puedo decir ahora.
woordvolgorde: ontkenning, meewerkend voorwerp (se), lijdend voorwerp (lo).
De combinatie le lo verandert altijd in se lo.
De andere opties zijn niet correct.
¡Menudo trancazo que tienes!
trancazo = (spreektaal) kanjer van een verkoudheid of griep; klop met een stok
menudo, -a = klein; (ironisch) erg groot
Je bent erg brutaal! = ¡Eres muy descarado, -a!
Je boft wel! = ¡Mira que tienes suerte!
Wat heb jij een kort lontje! = ¡Tienes mal genio!
Absuelven a dos empleadas de un súper a las que acusaban de sisar dinero.
absolver (ue) = vrijspreken; vergeven, absolutie verlenen
sisar = (kleine hoeveelheden) pikken, stelen
vervolgen = procesar
arresteren = detener (ie), arrestar
beboeten = multar