Clara (is geboren) ........ esta mañana.
ha nacido = is geboren. Net als in het Nederlands zijn er twee werkwoorden nodig om de presente perfecto (voltooid tegenwoordige tijd, vtt) te maken, een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord.
Het hulpwerkwoord is altijd haber.
Het voltooid deelwoord is onveranderlijk. Werkwoorden op -er krijgen -ido achter de stam.
-¿Qué le pasa a Mayte?
-Está (droevig) ........ porque no puede salir de viaje.
-Wat is er met Mayte?
-Ze is droevig omdat ze niet op reis kan gaan.
triste: adjectieven eindigend op e voor het mannelijk, behouden e in het vrouwelijk: un hombre triste, una mujer triste
(Vandaag regent het pijpestelen.)
Hoy llueve ........ .
llueve a cántaros = het regent pijpestelen
cántaro = waterkruik
De andere opties zijn hier niet correct.
gato = kat
granada = granaatappel; handgranaat
granate = edelsteen
perro = hond
pipa = zonnebloempit
Voy a comprar (een chipkaart met saldo) ........ para el transporte público.
tarjeta prepago = chipkaart met saldo
transporte público = openbaar vervoer
bonobús (bono + bus) = rittenkaart (meestal voor de bus)
cupón = voucher, tegoedbon; lot
suscripción = abonnement (op krant, Netflix, etc.)