8770 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Voornaamwoorden | betrekkelijk vnw.


El pronombre relativo

(Het betrekkelijk voornaamwoord)

 

cuanto,-a,-os,-as 

(al) wat 

cuyo, -a, -os, -as wiens/wier/van wie/waarvan
el cual, la cual die/dat; hij/zij die; wat
el que, la que die/dat; hij/zij die; wie
lo cual (dat) wat
los cuales, las cuales zij die/wie
los que, las que zie die/wie
que die/dat
quien, quienes die/wie

 

 

betrekkelijke bijwoorden

cuando wanneer
como                       (manier) waarop                 
donde waar

 

 

betrekkelijk voornaamwoord en voorzetsel

 

De betrekkelijke voornaamwoorden kunnen worden voorafgegaan door voorzetsels.

  • La ciudad en que vivo, me gusta mucho.
    (De stad waarin ik woon, bevalt me zeer.)
     
  • El chico con quien sale tu hermana, es mi vecino.
    (De jongen met wie jouw zus gaat, is mijn buurman.)
     
  • La iglesia delante de la cual hay una fuente muy antigua, está en las afueras.
    (De kerk waar een oude fontein voor staat, is in de buitenwijken.)

 

lo que

 

'Lo que' slaat meestal terug op een hele zin.

  • ¿Sabes lo que ha pasado?
    (Weet jij wat er gebeurd is?)

 

en que / que

Na uitdrukkingen van tijd als año, día, mañana, noche, tarde, momento kan men zowel en que als que gebruiken als betrekkelijk voornaamwoord.

  • Nunca olvidaremos el día (en) que nos conocimos.
    (Nooit zullen we de dag vergeten dat we elkaar leerden kennen.)







Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans