10995 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Voorzetsels | vaste combinaties


 

Net zoals in het Nederlands zijn er in het Spaans veel bijwoordelijke uitdrukkingen en werkwoorden met een vast voorzetsel. Hier volgt een selectie waarin het Spaans juist verschilt van het Nederlands qua voorzetsel of qua vorm.

 

 

vaste combinaties met het voorzetsel 'a'

 

a ciegas blindelings
a escondidas heimelijk
a finales de (mayo) eind (mei)
a gusto naar zijn zin
a la derecha rechts
a la izquierda links
a la sombra in de schaduw
a la vez tegelijk
a las tres om drie uur
a lo mejor misschien

a lo menos

por lo menos

op zijn minst
a los diez años op tienjarige leeftijd
a los dos días na twee dagen
a mano met de hand
a medianoche om middernacht
a/al mediodía om twaalf uur 's middags
a mediados de  midden, halverwege
a oscuras in het donker
a pie te voet
a sus anchas op zijn gemak
a tiempo op tijd
a tientas op de tast
a ver eens zien
al ataque ten aanval
al día siguiente   op de volgende dag
al lado naast
al sol in de zon
alrededor de rondom; omstreeks
cara a cara oog in oog, 'face to face' 
estar al día, al tanto  op de hoogte zijn
ir de compras boodschappen gaan doen
ir (a) por algo iets gaan halen, kopen

jugar al ajedrez

jugar a las damas

jugar al fútbol

jugar al hockey

jugar al tenis

schaken

dammen

voetballen

hockeyen

tennissen

optar a dingen naar; solliciteren naar
preferir a  stellen boven

referirse a

 zinspelen op, doelen op

decidirse a  (vast) besluiten om
tener miedo a/de bang zijn voor
vuelta al mundo reis om de wereld

 

N.B. In een aantal gevallen dient a om het lijdend voorwerp aan te duiden. Er is dan vrijwel altijd sprake van een verwijzing naar een of meerdere personen.  

  • ¿Conoces al novio de Paquita? (Ken je de vriend van Paquita?)

Heeft de spreker niet een concrete persoon in gedachten, dan is het gebruik niet geoorloofd.

  • La tienda busca vendedores. (De winkel zoekt verkopers.)

 

vaste combinaties met het voorzetsel 'con'

 

con este tiempo   bij dit weer
conmigo, contigo, consigo met mij, met jou, bij zich
limitar con grenzen aan
ojo con kijk uit voor
soñar con dromen van
contar con rekenen op                             
vivir con una  persona wonen bij/met

 

 

vaste combinaties met het voorzetsel 'de'

 

de buena gana graag, goedschiks
de día overdag
de noche 's nachts
de una vez ineens
de la mano hand in hand
del brazo bij de arm
constar de bestaan uit
dentro de poco binnenkort
enamorarse de verliefd worden op
estar contento de tevreden zijn met
estar harto de beu zijn te
estar de pie staan
estar de moda in de mode zijn
estar de vacaciones op vakantie zijn
hablar de praten over
ir de vacaciones op vakantie gaan
ir de copas gaan stappen
quejarse de klagen over
reírse de lachen om
un poco de een beetje (van)
tener ganas de zin hebben in
tener miedo de/a bang zijn voor

 

NB

Anders dan in het Nederlands wordt het voorzetsel 'de' gebruikt om twee zelfstandige elementen (bijv. twee zelfstandige naamwoorden, een zelfstandig naamwoord met een werkwoord/zin) met elkaar te verbinden.

 

Vaste combinaties met het voorzetsel 'en'

 

Transport
en avión met het vliegtuig
en autobús met de bus
en barco met de boot
en bicicleta met de fiets 
en coche met de auto
en tren met de trein
Andere  combinaties
en busca de op zoek naar
en cambio daarentegen
en casa thuis
en el fondo eigenlijk
en la foto op de foto
en otras palabras   met andere woorden
en pie rechtop
en serio serieus
gastar en uitgeven aan
pensar en denken aan
participar en deelnemen aan
un retraso en een vertraging bij

 

 

Vaste combinaties met het voorzetsel 'entre'

entre otros            met z'n allen           
entre semana door de week

 

 

vaste combinaties met het voorzetsel 'para'

 

estar para salir nog moeten vertrekken
no estar para bromas niet in de stemming zijn voor grapjes
no sirve para nada dat dient nergens toe
para Navidad  met Kerstmis

 

 

vaste combinaties met het voorzetsel 'por'

 

brindar por toosten op
felicidades por gefeliciteerd met
gracias por bedankt voor

ir (a) por algo

iets gaan halen

loco por una cosa  

gek op iets zijn

optar por

kiezen voor

orgulloso por

trots op

pagar por

betalen voor

pasar por 

langskomen

por adelantado 

bij voorbaat
por el camino onderweg

por la mañana

's ochtends

por la noche 

's nachts
por la tarde 's middags
por lo menos tenminste
por lo tanto daarom
por orden alfabético  in alfabetische volgorde
por supuesto vanzelfsprekend
por todas partes overal
preguntar por vragen naar
yo por mi parte wat mij betreft
preocuparse por zich bekommeren om

 

 

werkwoordcombinaties met vast voorzetsel

 

acabar de + infinitief zojuist ge ... hebben
dejar de + infinitief ophouden met ...
empezar a + infinitief    beginnen te ...
ir a + infinitief gaan/zullen ...
ir de vacaciones a met vakantie gaan naar ...
llamar la atención sobre   de aandacht vestigen op/vragen voor
ponerse a + infinitief beginnen te ...
volver a + infinitief weer ...

jugar al + (sport)

jugar al fútbol

jugar al hockey

jugar al bádminton

jugar al tenis

jugar a las damas

bij sporten met een bal, puck, shuttle e.d. 

voetballen

hockeyen

badmintonnen

tennissen

dammen








Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans