|
12497 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Dennis estudia español (om te) ........ poder hablar con sus suegros españoles.
Dennis studeert Spaans om met zijn Spaanse schoonouders te kunnen praten.
para = om te; (bestemd) voor
por = voor, omwille; door; vanwege
pro (el) = het voordeel (dit woord bestaat enkel als zelfstandig naamwoord)
(Mijn papa zegt dat de paus uit de Verenigde Staten komt.)
Mi ........ dice que el ........ viene de Estados Unidos.
papa = papá
paus = papa (klemtoon op de eerste a)
venir (ie) de = komen uit
(Ik heb een litteken op mijn hand.)
Tengo una cicatriz en ........ mano.
la mano = de hand
Anders dan in het Nederlands wordt het bepaald lidwoord gebruikt bij een lichaamsdeel als duidelijk is bij wie het hoort.
Hoe reageer je wanneer iemand zegt?
¡Muchas gracias!
de nada = niets te danken
absolutamente = vast en zeker
de ninguna manera = in geen geval
de todas formas = in ieder geval
© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van Martin van Toll Producties in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans |