- ¿Te apetece ir al cine o vamos al teatro?
- Como ........ .
apetecer (zc) = zin hebben
como quieras = jij beslist, hoe je het ook maar wilt
De subjuntivo drukt hier een onzekerheid uit.
De andere vormen zijn hier niet correct.
Hay ........ miles de personas en la manifestación.
Er zijn enkele duizenden personen op de betoging.
unos miles = enkele duizenden
Mil heeft hier de functie van een zelfstandig naamwoord.
Carlos está en (aan het wegdromen) ........ .
estar en Babia = wegdromen, verstrooid zijn
Babia is een streek in Spanje, in de Provincia de León.
A veces los niños de la escuela básica tienen piojos.
piojo = luis
puistjes = granos, espinillas (acné)
mazelen = sarampión
waterpokken = varicela