Hoy se celebran elecciones, dentro de poco ........ quién las ha ganado.
dentro de poco = binnenkort
ganar las elecciones = de verkiezingen winnen
sabremos = we zullen weten
¿(Wat heb je aan) ........ hacer ejercicios para adelgazar si sigues comiendo tanto dulce?
¿de qué te sirve? = wat heb je aan?
De andere combinaties zijn hier niet van toepassing.
adelgazar = vermageren
dulce(s) = snoep
tanto, -a = zo veel
Estás igual que siempre, por ti no pasa el tiempo.
estás igual = je ziet er eender uit
gehaast zijn = tener prisa
te laat komen = llegar tarde
zich vervelen = aburrirse
(Bemoei je niet met andermans zaken!)
¡No ........ en cosas ajenas!
meterse en cosas ajenas = zich met andermans zaken bemoeien
De andere opties zijn niet correct.
perderse (ie) = verdwalen
presentarse = zich voorstellen
retirarse = zich terugtrekken