¿Cuáles son los trucos para que esta tarea ........ más fácil?
resultar = blijken; resulteren, uitkomen
Het voegwoord para que (= opdat, zodat) dat gebruikt wordt om een doel of gevolg uit te drukken, verlangt de subjuntivo in de bijzin.
(Ik heb niets om aan te trekken.)
No tengo nada ........ ponerme.
nada que ponerse = niets om aan te trekken
ponerse = aantrekken, aandoen
De andere combinaties zijn hier niet correct.
Wat deden Juan en zijn vrienden?
Juan y sus amigos hicieron un simpa.
hacer un simpa (spreektaal, afkorting voor sin + pagar: zonder te betalen) = een restaurant verlaten zonder de rekening te betalen (op een onbewaakt ogenblik)
¿Quieres meter esto en el buzón?
buzón = brievenbus
meter = stoppen, gooien
container = contenedor
diepvriezer = congelador
kofferbak = baúl