El sol es ........ .

Clker-Free-Vector-Images via Pixabay
el sol = de zon
amarillo, -a = geel
verde = groen
marrón = bruin
naranja = oranje
Yasmina suele montar ........ caballo todos los fines de semana.
Yasmina rijdt gewoonlijk ieder weekend paard.
montar a caballo = paardrijden
De andere opties zijn hier niet correct.
¡Socorro!
(Iedereen heeft gewonnen in de loterij, behalve ik.)
Todos han ganado en la lotería, excepto ........ .
excepto = behalve, uitgezonderd
excepto yo: na excepto volgt de onderwerpsvorm van een persoonlijk voornaamwoord