(Zullen we naar de discotheek gaan om te dansen?)
¿Vamos a la ........ a bailar?
discotheek = discoteca
Anders dan in het Nederlands worden woorden zoals discoteca, biblioteca, termómetro, tema, té, etc. zonder h gespeld.
De andere opties zijn niet correct.
Mi abuelo tiene más ........ 92 años.
Mijn opa is ouder dan 92 jaar.
Más que en más de betekenen beide "meer dan", maar als onmiddelijk een telwoord volgt gebruik je altijd más de.
Me llamo Lupita. Mi nombre de pila es Guadelupe.
(Ik wil niet zonder jou naar het feest gaan.)
No quiero ir sin ........ a la fiesta.
Na een voorzetsel gebruik je meestal ti.
tú = je, jij (als onderwerp)
tu = je, jouw (bezittelijk voornaamwoord)
tí: dit woord met accent bestaat niet