En España es tradición comer doce uvas para (uit te zwaaien) ........ la Nochevieja.
In Spanje is het traditie twaalf druiven te eten om het oudjaar uit te zwaaien.
despedir (i) = uitzwaaien
bajar = laten zakken
pasar = doorbrengen
saludar = groeten; verwelkomen
(Wat een mooie kerk!)
¡Qué ........ tan bonita!
El agua está (koud) ........ .
el agua (f) = het water
Het vrouwelijk woord agua wordt voorafgegaan door het mannelijk lidwoord el om klinkerbotsing te voorkomen. Het bijvoeglijk naamwoord richt zich naar het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord ➙ El agua está fría.
Elisa tiene muchos peques.
peque (afgeleid van pequeño, -a) = (spreektaal) klein kind, ukkie
aanbidder = admirador
sproetje = peca
teenslipper = chancla