(Het meisje is gevallen.)
La chica ........ .
Bij de presente perfecto (voltooid tegenwoordige tijd) zijn er, net zoals in het Nederlands, twee werkwoorden nodig: een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord.
Het hulpwerkwoord is altijd haber.
Het voltooid deelwoord blijft ongewijzigd.
Cada semana doy una clase de (Nederlands) ........ a mi sobrina alemana.
neerlandés = Nederlands; Nederlander
dar clase(s) a alguien = les geven aan iemand
Anders dan in het Nederlands worden talen en nationaliteiten met een kleine letter geschreven.
De woorden nerlandés, Nederlandés, Nerlandés zijn niet correct gespeld.
Elvira veranea siempre en Donostia.
Wat is de andere naam voor deze stad?
Donostia = de Baskische naam voor San Sebastián; de officiële naam luidt: Donostia-San Sebastián
veranear = de zomer doorbrengen
- ¿Cómo puedo ir al mercado?
- Pues, mira, pasa por esta (dwarsstraat) ........ y al final lo verás.
bocacalle = zijstraat, dwarsstraat
(calle) diagonal = schuine, diagonale straat
calleja = steeg
calzada = rijbaan