Mi amigo lleva unos pantalones (groen) ........ .
Mijn vriend draagt een groene broek.
unos pantalones verdes, un pantalón verde = een groene broek
De vormen verdos, verde zijn hier niet correct.
Wat is een synoniem voor het vetgedrukte werkwoord?
Los niños regresan al colegio.
De kinderen keren terug naar school.
regresar, volver (ue) = terugkeren
colegio = school
correr = rennen
llegar = aankomen
venir (ie) = komen
(Liefde is blind.)
El amor es ........ .
El amor es ciego. = Liefde maakt blind. Letterlijk: de liefde is blind.
ciego, -a = blind
calvo, -a = kaal
sordo, -a = doof
(Hallo, hoe voel je je?)
Hola, ¿ ........ te encuentras?
¿Cómo te encuentras? = Hoe voel je je?; Hoe gaat het ermee?
¿cómo? = hoe?
encontrarse (ue) = zich bevinden; zich voelen
¿cuándo? = wanneer?
¿cuánto? = hoeveel?
¿qué? = wat?