¿Cómo se dice esa palabra (in het Spaans) ........ ?
(zeggen) in het Spaans = (decir) en español
Anders dan in het Nederlands worden combinaties als decir en español, alemán, francés etc. zonder bepaald lidwoord gebruikt.
De combinatie al español is hier niet correct.
(Om te) ........ ir al Teatro Nacional tienes que tomar la línea 3.
Silvia se ha bebido el vino de un trago.
Wat betekent het vetgedrukte deel?
de un trago = in één keer, in één slok
met tegenzin = a regañadientes; con disgusto
nippend, met kleine slokjes drinken = beber a traguitos
Pues, compañeros, (dit) ........ es todo por hoy.
Nou, collega's, dit is alles voor vandaag.
esto = dit (onzijdige vorm; verwijst niet naar een speciaal woord)
esta = deze, dit (verwijst naar vrouwelijk woord enkelvoud)
este = deze, dit (verwijst naar mannelijk woord enkelvoud)
estos = deze (verwijst naar mannelijk woord meervoud)