El camarero está ........ el desayuno.
servir (i) = serveren
está sirviendo = is aan het serveren
De -e verandert in -i.
Dit gebeurt bijvoorbeeld ook bij pedir, mentir, repetir, corregir.
(In de zomer is het heel warm in Extremadura.)
En verano hace ........ calor en Extremadura.
hace mucho calor = het is heel warm
el calor = de warmte
In Zuid-Spanje en delen van Latijns-Amerika wordt ook la calor gebruikt.
muy = zeer
tanto, -a = zoveel
(Een jaar heeft 12 maanden.)
Un año tiene ........ meses.
Welk gezegde wordt gebruikt voor personen die telkens een nieuw beroep kiezen, maar in niets slagen?
Muchos oficios, ........ beneficios.
beneficio = winst
oficio = beroep, ambacht
poco, -a = weinig, klein
cien = honderd
mil = duizend
tanto, -a = zoveel