(Bel ik je op de mobiel of op de vaste lijn?)
¿Te llamo al móvil o ........ ?
Elena y Jorge van (boodschappen doen) ........ .
ir de compras = boodschappen gaan doen
De voorzetsels a, con, para zijn hier niet juist.
¡Estupendo!
Tengo (voldoende) ........ trabajo.
bastante = voldoende, vrij veel, nogal veel
demasiado, -a = te veel
poco, -a = weinig
tanto, -a = zoveel