7094 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Spreken | conversatietaal


A  B  C  D  E  F  G  H  I  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

 

- ¿A qué te dedicas?

- Soy carpintero.

 

- Wat doe je voor de kost?

- Ik ben timmerman.

- El Sr. Pérez?

- Al aparato 

 

- Meneer Pérez?

- Daar spreekt u mee. 

- ¡Atchis!

- ¡Jesús!

 

- Hatsjies!

- Gezondheid!

- ¡Esta noche va a nevar!

- No me digas!

 

- Vanavond gaat het sneeuwen!

- Niet te geloven!

- ¿Estás conmigo?

- Claro, te explicas muy bien.  

 

- Volg je me nog?

- Zeker, je legt het heel goed uit.

- Qué tal.

- Qué tal. 

 

- Aangename kennismaking.

- Idem.

- ¿Qué tal?

- Bien, regular, mal.  

- Estoy bien

 

- Hoe gaat het met je?

- Goed, zo en zo, slecht. 

- Ik maak het goed.

- ¿Puedes abrirme la puerta?

- ¡Cómo no! 

 

- Kan je de deur voor me openmaken?

- Vanzelfsprekend!

- Voy a examinarme.

- Cruzo los dedos.  

 

- Ik ga examen afleggen.

- Ik duim. 

- Muchas gracias.

- De nada. 

 

- Dank u wel.

- Graag gedaan. 

 

A

 

 

un adoquín 

 

een domoor

ahora caigo 

 

nu valt mijn kwartje 

andar por los cuarenta 

 

ongeveer veertig jaar oud zijn 

a toda hostia  (vulg.)

 

met een rotvaart 

 

B 

 

 

barajar 

 

overwegen 

¡basta! 

 

nu is het genoeg geweest! 

el botellón 

 

een botellón (grote fles) bestaat uit een verzameling vrienden, vooral jongeren, die in een park of op een andere plaats in de buitenlucht samenkomen om alcoholische dranken te drinken. Dit kan zijn voor een verjaardag of een andere gelegenheid. Vaak wordt een botellón gehouden alvorens men uitgaat. 

 

C

 

 

un cabrón 

 

een idioot, een hoorntjesdrager 

caer bien, mal 

 

goed, slecht opschieten 

un calzonazos   een pantoffelheld
un camello   een (straat)verkoper van drugs
un, una caradura, carota   een brutale kerel, vrouw
una cara de palo   een emotieloos gezicht
un carterista   een zakkenroller
catear, dar calabazas   doen zakken voor een examen
una chapuza   een slecht voltooid klusje
chiflar   dol zijn op
una chuleta   een spiekbriefje
comer de gorra   anderen altijd voor jou laten betalen
comerse el coco   tobben
como Dios manda   fatsoenlijk
consultar algo con la almohada   een nachtje over iets slapen
¡cuánto tiempo sin verte!   dat is lang geleden!
cuatro coches, casas, personas, ...   weinig auto's, huizen, personen, ...
el curro, currar   de job, werken
un cursi   een snob

 

D

   
dar la lata   zeuren
dar un plantón   niet komen opdagen op een afspraak
darse ínfulas   een air aannemen
decir que nones   nee en nog eens nee zeggen
dejar en paz   met rust laten
donde el Cristo perdió la gorra   ver weg van de bewoonde wereld
(don) fulano   meneer dinges
dormir la mona   zijn roes uitslapen

 

E

   
¡echa la cremallera!   hou je bek!
echarse novio, novia   een nieuw lief hebben
un enchufe   een connectie, een kruiwagen
en cueros, en pelota(s)   poedelnaakt
enrollarse más que una persiana   ratelen, veel praten
en un pispás/plisplás   heel snel
estar agotado   uitgeput zijn
estar como un tren   erg knap zijn
estar de mala leche   een slecht humeur hebben
estar en lo que se dice   volgen wat er verteld wordt
estar forrado    welgesteld zijn 
estar a la sombra   in de nor zitten
estar tieso   blut zijn
estar que trina  

razend worden

 

F

 

 

faltar a clase, hacer novillos, fumarse las clases  

spijbelen

un farol  

een opschepperij, bluf  

la Fiesta Nacional  

het stierengevecht 

el finde  

het weekend 

flipar  

uit je dak gaan 

 

G

 

 

un gato  

een inwoner van Madrid 

¿el gato te ha comido la lengua?   

heb je je tong verloren? 

un gilipollas  

een idioot 

un guiri   

een massatoerist  

 

H

 

 

hacer la pelota  

hielen likken 

hacer novillos, fumarse las clases  

spijbelen 

hace un frío que pela  

het is berekoud  

 

I

 

 

igual (begin van de zin)  

misschien 

un indiano  

koloniaal die rijk terugkeerde uit Latijns-Amerika ir

ir de juerga  

gaan stappen 

ir en el coche de San Fernando  

te voet gaan

irse a toda pastilla  

er als een speer vandoorgaan 

írsele a uno el santo al cielo   iets glad vergeten

 

J

   
¡Jesús!   gezondheid! (wanneer iemand niest)

 

L

   
un ligón   een versierder

 

M

   
una maruja   een typische huisvrouw
más de la cuenta   veel te veel
más solo que la una   vreselijk eenzaam
un matesanos     een kwakzalver
me cago/caigo en la leche   ik heb er schijt aan
¡me estoy meando!   ik doe het in mijn broek van het lachen!
me importa un bledo, un comino, un pepino, tres pepinos, un pito, un pimiento, un rábano, un rayo   het kan me geen moer schelen
me trae sin cuidado   ik lap het aan mijn laars, het zal me een zorg wezen
mi gente   mijn familie, mijn gezin
mi media naranja   mijn wederhelft
esto me hace el día   dit maakt mijn dag goed

 

N

   
¡ni dea!    geen idee!
no entender ni jota   er geen barst van verstaan
no pegar ojo, pasar una noche en vela, pasar una noche en blanco   geen oog dichtdoen
no pegar con   niet passen bij
no pintar nada   niets te zoeken hebben
no ver tres en un burro, ni torta, ni gota   niets zien
no me meto   ik bemoei me niet
un, una nini   jonge mens die noch studeert noch werkt

 

O

   
     

 

P

   
partirle la cara a alguien   iemand op zijn smoel timmeren
partir la cara   op de smoel timmeren
pasar de algo   helemaal geen interesse voelen voor iets
un pastón   een smak geld
pedalear   fietsen
pegar con   passen bij
una peli    een film
pienso igual   ik denk er ook zo over
picar   snacken, een beetje eten
pillar   verrassen, overvallen, bemachtigen
un piropo   een galant complimentje
en un pispás   in een oogwenk
una pizca   een greintje
poner las antenas   aandachtig luisteren
poner los cuernos   vreemdgaan
ponerse morado, ciego, como el Quico   eten tot je niet meer kan
por si las moscas   voor het geval het nodig is
que = porque   omdat, want
por todo lo alto   met alles erop en eraan

 

Q

   
¿Qué carrera haces?   Wat voor studie doe je?
quemarse las pestañas   hard studeren

 

R

   
no hay más remedio     er zit niets anders op 
una rubia de bote   een nepblondine

 

S

   
¡sanseacabó!   en daarmee uit!
ser del año del catapún, de la pera, de la Maricastaña   uit de mode zijn
ser la hostia   me er eentje zijn
ser más corto que las mangas de una camisa   erg verlegen zijn
ser más pobre que una puta en cuaresma   zo arm als een kerkrat zijn
ser pez   geen aanleg hebben voor
ser un pedazo de pan   een goede kerel zijn

 

T

   
un taco   een jaar, een vloek, een scheldwoord
te hacía en Londres   ik veronderstelde dat je in Londen was
tener un hambre, una sed, ... que no veo/ves    erg grote honger, dorst hebben 
tener buena pinta   er aantrekkelijk uitzien (niet voor personen)
tener la vez   aan de beurt zijn
tenerle manía a   een hekel hebben aan
tener mucha mano para   erg handig zijn voor
tener mucha pasta                       veel geld hebben
tener muchos humos   een hoge dunk hebben van zichzelf
tener una trompa   stomdronken zijn
un tentempié    een zout of zoet tussendoortje 
¡tierra, trágame!   ik schaam me dood!
tieso   blut
la tira de    een zee van, een hoop van 
un tirón    een tassendiefstal 
un tocho   een lijvig boek
tumbarse, echarse a la bartola   luieren, zalig nietsdoen
al (buen) tuntún   met de natte vinger, op goed geluk, in het wilde weg

 

V

   
¡vete a freír espárragos!   ¡loop naar de maan!
un vivalavirgen   een vrolijke Frans
¡Voy!   Ik kom er aan! 

 

Y

   
     







Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans