11208 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Spreken | conversatietaal


A  B  C  D  E  F  G  H  I  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

 

- ¿A qué te dedicas?

- Soy carpintero.

- Wat doe je voor de kost?

- Ik ben timmerman.

- El Sr. Pérez?

- Al aparato 

- Meneer Pérez?

- Daar spreekt u mee. 

- ¡Atchis!

- ¡Jesús!

- Hatsjies!

- Gezondheid!

- ¡Esta noche va a nevar!

- No me digas!

- Vanavond gaat het sneeuwen!

- Niet te geloven!

- ¿Estás conmigo?

- Claro, te explicas muy bien.  

- Volg je me nog?

- Zeker, je legt het heel goed uit.

- Qué tal.

- Qué tal. 

- Aangename kennismaking.

- Idem.

- ¿Qué tal?

- Bien, regular, mal.  

- Estoy bien

- Hoe gaat het met je?

- Goed, zo en zo, slecht. 

- Ik maak het goed.

- ¿Puedes abrirme la puerta?

- ¡Cómo no! 

- Kan je de deur voor me openmaken?

- Vanzelfsprekend!

- Voy a examinarme.

- Cruzo los dedos.  

- Ik ga examen afleggen.

- Ik duim. 

- Muchas gracias.

- De nada. 

- Dank u wel.

- Graag gedaan. 

 

A

 

adelante ga je gang, ga uw gang

un adoquín 

een domoor

ahora caigo 

nu valt mijn kwartje 

allá tú, él, ella, usted, ... 

ik bemoei me er niet mee: het is jouw, zijn, haar, uw, ... zaak 

andar por los cuarenta 

ongeveer veertig jaar oud zijn 

(a) otra cosa, mariposa 

nu iets helemaal anders 

¿a santo de qué?

 waarom in godsnaam?

a toda hostia  (vulg.)

met een rotvaart 

¡a vivir, que son dos/cuatro días! 

 durf te leven en te genieten!

 

B 

 

barajar 

overwegen 

¡basta! 

nu is het genoeg geweest! 

un boli 

een balpen 

borracho perdido 

stomdronken, ladderzat 

el botellón 

Een botellón (grote fles) bestaat uit een verzameling vrienden, vooral jongeren, die in een park of op een andere plaats in de buitenlucht samenkomen om alcoholische dranken te drinken.
Dit kan zijn voor een verjaardag of een andere gelegenheid. Vaak wordt een botellón gehouden alvorens men uitgaat. 

buscar bulla herrie, ruzie zoeken

 

C

 

un cabrón 

een idioot, een hoorntjesdrager 

caer bien, mal 

goed, slecht opschieten U

cafetero, -a 

liefhebber van koffie

la caja tonta 

de TV 

calla la boca

houd je mond 

un calzonazos een pantoffelheld
un camello een (straat)verkoper van drugs
un, una caradura, carota een brutale kerel, vrouw
una cara de palo een emotieloos gezicht
un carroza een ouwe sok, een bekrompen persoon
un carterista een zakkenroller
un cascarrabias een driftkikker
casi casi of casi, casi op een haar na
de categoría steengoed
casarse de penalti destijds 'moeten' huwen omdat de novia zwanger is
catear, dar calabazas doen zakken voor een examen
un cero a la izquierda  een domoor
una chapuza een slecht voltooid klusje
un chaval een kerel
chiflar dol zijn op
una chuleta een spiekbriefje
estar chupado doodeenvoudig
coger una merluza straalbezopen zijn
cojonudo, -a fantastisch
comer de gorra anderen altijd voor jou laten betalen
comerse el coco tobben
como Dios manda fatsoenlijk
como quien no quiere la cosa terloops; langs de neus weg
consultar algo con la almohada een nachtje over iets slapen
costar un ojo de la cara, un potosí, un sentido een fortuin kosten
¡cuánto tiempo sin verte! dat is lang geleden!
cuatro coches, casas, personas, ... weinig auto's, huizen, personen, ...
el curro, currar de job, werken
un cursi een snob

 

D

 
dar la lata zeuren
dar un plantón niet komen opdagen op een afspraak
darse ínfulas een air aannemen
decir que nones nee en nog eens nee zeggen
dejar en paz met rust laten
del montón doorsnee-, doodgewoon
despedirse a la francesa vertrekken zonder afscheid te nemen
disco rayado vervelende zeurpiet
donde el Cristo perdió la gorra ver weg van de bewoonde wereld
¿dónde habrá ido a parar X? waar is X gebleven?
(don) fulano meneer dinges
un don nadie een waardeloos individu
dormir la mona zijn roes uitslapen
durar menos que un caramelo a la puerta del colegio heel snel opgegeten worden, erg snel vergeten worden 
duro, -a de mollera hardleers; koppig

 

E

 
¡echa la cremallera! hou je bek!
echarse novio, novia een nieuw lief hebben
echar una bronca zich erg boos maken
el muy tonto de mi hermano, amigo, ... die sufferd van een broer, een vriend,... van mij
un emilio een e-mail
empollar studeren, instuderen
un enchufe een connectie, een kruiwagen
en cueros, en pelota(s) poedelnaakt
enrollarse een avontuurtje beginnen
enrollarse más que una persiana ratelen, veel praten
en un pispás/plisplás heel snel
¡eso sí que no! geen sprake van!
estar acojonado erg geschrokken, bang zijn
estar agotado uitgeput zijn
estar como un queso erg aantrekkelijk zijn
estar como un tren erg knap zijn
estar de mala leche een slecht humeur hebben
estar en lo que se dice volgen wat er verteld wordt
estar en todo op alles bedacht zijn
estar forrado  welgesteld zijn 
estar hecho un paquete piekfijn uitgedost zijn
estar más despistado que un pulpo en un garaje erg verstrooid zijn
estar a la sombra in de nor zitten
estar tieso blut zijn
estar que trina

razend worden

 

F

 

faltar a clase, hacer novillos, fumarse las clases

spijbelen

un farol

een opschepperij, bluf  

la Fiesta Nacional

het stierengevecht 

el finde

het weekend 

flipar

uit je dak gaan 

flipar en colores

iets echt niet kunnen geloven 

 

G

 

gastar menos que Tarzán en corbatas

erg weinig geld uitgeven

un gato

een inwoner van Madrid 

¿el gato te ha comido la lengua? 

heb je je tong verloren? 

un gilipollas

een idioot 

un gruñón

een mopperaar 

un guaperas

een onuitstaanbare ijdeltuit 

un guiri 

een massatoerist 

 

H

 

hablar más que un transistor

er op los kwebbelen

hacer la pelota

hielen likken  

hacer novillos, fumarse las clases

spijbelen 

hacer tilín 

aantrekken 

hace un frío que pela

het is berekoud  

henos aquí

hier zijn we 

un hortera

eeen vulgair persoon, een boerenkinkel 

 

I

 

igual (begin van de zin)

misschien 

un indiano

koloniaal die rijk terugkeerde uit Latijns-Amerika 

ir a su bola

zijn zin doen 

ir de juerga

gaan stappen 

ir en el coche de San Fernando

te voet gaan

irse a toda pastilla

er als een speer vandoor gaan 

irse de la lengua

een geheim verklappen 

írsele a uno el santo al cielo iets glad vergeten

 

J

 
el jaleo het kabaal, de heibel
¡Jesús! gezondheid! (wanneer iemand niest)

 

L

 
un ligón een versierder
lorcillas buikvet

 

M

 
¡la madre que te parió! wat ben je toch een rotmens!
mala leche slechte humeur
mandón, -a bazig iemand
la mar de  heel wat van
una maruja een typische huisvrouw
más de la cuenta veel te veel
más lento que un pensionista en el desierto  erg traag
más que nada vooral, voornamelijk
más solo que la una vreselijk eenzaam
un matesanos   een kwakzalver
me cago/caigo en la leche ik heb er schijt aan
¡me estoy meando! ik doe het in mijn broek van het lachen!
¿me explico? ben ik duidelijk genoeg?
me importa un bledo, un comino, un pepino, tres pepinos, un pito, un pimiento, un rábano, un rayo het kan me geen moer schelen
me parece muy chulo het lijkt me erg leuk, aardig, cool
me trae sin cuidado ik lap het aan mijn laars, het zal me een zorg wezen
michelines buikvet
de miedo fantastisch, overheerlijk
mi gente mijn familie, mijn gezin
mi media naranja mijn wederhelft
esto me hace el día dit maakt mijn dag goed
¡mola! gaaf! cool!
molar te gek zijn, geweldig zij
Muy buenos días een hele goedemorgen

 

N

 
ni fu ni fa gewoontjes; vis noch vlees
¡ni idea!  geen idee!
no entender ni jota er geen barst van verstaan
no pegar golpe geen klap doen
no pegar ojo, pasar una noche en vela, pasar una noche en blanco geen oog dichtdoen
no pegar con niet passen bij
no pintar nada niets te zoeken hebben
no ser el santo de la devoción de alguien bij iemand niet sympathiek overkomen
no ser nada del otro mundo alledaags zijn, niet interessant zijn
no tener abuela jezelf voortdurend ophemelen
no tener un pelo de tonto snugger zijn
no ver tres en un burro, ni torta, ni gota niets zien
no me meto ik bemoei me niet
un, una nini jonge mens die noch studeert noch werkt

 

O

 
olímpicamente  volkomen, straal
¡ostras! ¡verdorie!

 

P

 
padre zeer groot, immens
me lo ha dicho/dijo un pajarito ik weet het uit welingelichte bron
partirle la cara a alguien iemand op zijn smoel timmeren, in elkaar slaan
partir la cara op de smoel timmeren
pasar de algo helemaal geen interesse voelen voor iets
pasarlo bomba, pipa het geweldig naar je zin hebben
pastelón,- a overdreven romantisch
un pastón een smak geld
pedalear fietsen
pegar con passen bij
pegarle a alguien una enfermedad iemand besmetten
pegársele a uno,-a las sábanas zich verslapen
pegarse una siesta, una comida, ... zich een siësta, etentje, ... veroorloven
peinar canas oud worden
una peli  een film
un pelín heel weinig
un pelma, un pelmazo een zeurpiet, een lastpost
un, una pelota slijmbal, uitslover
pienso igual ik denk er ook zo over
picar snacken, een beetje eten
un picoleto een guardia civil
pillar verrassen, overvallen, bemachtigen
un piropo een galant complimentje
en un pispás in een oogwenk
una pizca, un pelín een greintje, een tikkeltje, een snuifje
planchar la oreja slapen
poner a mil fascineren
poner las antenas aandachtig luisteren
poner los cuernos vreemdgaan
ponerse morado, ciego, como el Quico eten tot je niet meer kan
por si las moscas voor het geval het nodig is
la pregunta del millón de hamvraag
por todo lo alto met alles erop en eraan
puto, -a  verdomde

 

Q

 
¿Qué carrera haces? Wat voor studie doe je?
¡Qué cosas tienes! Wat vertel je me nu!
¿Qué hay? Hoi!
que = porque omdat, want
que digamos niet bepaald
¿Quién tiene la vez? Wie is aan de beurt?
quemarse las pestañas hard studeren
¡qué va! wat zou het!

 

R

 
no hay más remedio   er zit niets anders op 
repipí onuitstaanbaar (voor kinderen)
una rubia de bote een nepblondine

 

S

 
¡sanseacabó! en daarmee uit!
sentarle bien a alguien iemand deugd doen (gezondheid)
ser del año del catapún, de la pera, de la Maricastaña uit de mode zijn
ser la hostia me er eentje zijn
ser más corto que las mangas de una camisa erg verlegen /dom zijn
ser más pobre que una puta en cuaresma zo arm als een kerkrat zijn
ser más viejo que ir/andar a pie helemaal niet nieuw zijn
ser muy de mí, ti, él, ella, etc. erg typisch zijn voor mij, jou, hem, haar, enz.
ser pan comido

erg gemakkelijk zijn

ser una pasada

te gek, geweldig, cool zijn

ser pez geen aanleg hebben voor

ser un pedazo de pan

ser bueno como el pan

een goede kerel zijn
ser una caña té gek zijn
ser un rollo saai, langdradig, vervelend zijn
ser un sol fantastisch zijn
sin decir agua va zonder te verwittigen

 

T

 
un taco een jaar, een vloek, een scheldwoord
te hacía en Londres ik veronderstelde dat je in Londen was
tener un hambre, una sed, ... que no veo/ves  erg grote honger, dorst hebben 
tener buena pinta er aantrekkelijk uitzien (niet voor personen)
tener cara de acelga er bleek uitzien
tener la parejita een zoon en een dochter hebben
tener la vez aan de beurt zijn
tener la vista gorda bijziend zijn
tenerle manía a een hekel hebben aan
tener manos de mantequilla dingen makkelijk uit je handen laten vallen
tener mucha cara veel lef hebben
tener mucha mano para erg handig zijn voor
tener mucha pasta                     veel geld hebben
tener muchos humos een hoge dunk hebben van zichzelf
tener una trompa stomdronken zijn
tener un ojo a la funerala een blauw oog hebben
un tentempié  een zout of zoet tussendoortje 
¡tierra, trágame! ik schaam me dood!
tieso blut
tijera flinke eter
la tira de  een zee van, een hoop van 
un tirón  een tassendiefstal 
un tocho een lijvig boek
un trepa een streber
una trola een leugen
tumbarse, echarse a la bartola luieren, zalig nietsdoen
al (buen) tuntún met de natte vinger, op goed geluk, in het wilde weg
a tutiplén in overvloed

 

V

 
¡vete a freír espárragos! ¡loop naar de maan!
un viejo verde een oude viespeuk
un vivalavirgen een vrolijke Frans
vivito y coleando springlevend
¡Voy! Ik kom eraan! 

 

Y

 
¡Y un jamón!  Geen denken aan! 
un yogurín een piepjong iemand







Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans