11656 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Spreken | conversatietaal


A  B  C  D  E  F  G  H  I  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

 

- ¿A qué te dedicas?

- Soy carpintero.

- Wat doe je voor de kost?

- Ik ben timmerman.

- ¡Atchis!

- ¡Jesús!

- Hatsjies!

- Gezondheid!

- ¿Cómo me queda esta         chaqueta?

- Te queda estrecha. 

- Hoe past mij dit jasje?

 

- Het zit je een beetje strak. 

- ¿El Sr. Pérez?

- Al aparato 

- Meneer Pérez?

- Daar spreekt u mee. 

- ¡Encantado de conocerle!

- ¡Mucho gusto!

- Aangenaam kennis met u te maken!

- Het is mij een genoegen.

- ¡Esta noche va a nevar!

- No me digas!

- Vanavond gaat het sneeuwen!

- Niet te geloven!

- ¿Estás conmigo?

- Claro, te explicas muy         bien.  

- Volg je me nog?

- Zeker, je legt het heel goed uit.

- Muchas gracias.

- De nada/No hay de qué.

- Dank u wel.

- Graag gedaan. 

- ¡Muy buenos días! - Een heel goedemorgen!

- ¿Nos vemos a las ocho?

- ¡Sin falta!

- Zien we elkaar om acht uur?

- Afgesproken!

- ¿Puedes abrirme la             puerta?

- ¡Cómo no! 

- Kan je de deur voor me openmaken?

 

- Vanzelfsprekend!

- ¿Qué tal?

- Bien, regular, mal.  

- Estoy bien.

- Hoe gaat het met je?

- Goed, zo en zo, slecht. 

- Ik maak het goed.

- ¿Qué tal?

- Qué tal.

- Aangename kennismaking.

- Idem.

- ¿Qué tal (te fue) el examen?

- ¿Qué tal (pasaste) las vacaciones?

- Hoe ging je examen? 

- Hoe was je vakantie? 

-  ¿Qué te parece?

-  Creo que está bien./ Me parece bien. 

- Wat vind je ervan?

- Ik geloof dat het goed is./ Ik vind het goed. 

- ¿Qué te pasa a ti? 

- Estoy bien/mal.

- Wat is er met jou aan de hand?

- Ik maak het goed/ slecht.

- ¿Quedamos a las cinco?

- Me parece bien.

- Spraken we om vijf uur af?

- Dat lijkt me goed.

- ¿Te importa esperar un         momento?

- ¡Para nada!

- ¡No te preocupes!

-  Maakt het je uit even te wachten?

 

-  In het geheel niet.

-  Maak je geen zorgen. 

- Un café, por favor.

- Enseguida/ En seguida.

- Een koffie, alstublieft.

- Komt eraan. 

- Voy a examinarme.

- Cruzo los dedos.  

- Ik ga examen afleggen.

- Ik duim. 

 

A

 

adelante ga je gang, ga uw gang

adoquín, el 

de domoor

ahora caigo 

nu valt mijn kwartje 

allá tú, él, ella, usted, ... 

ik bemoei me er niet mee: het is jouw, zijn, haar, uw, ... zaak 

andar/ir de cabeza het razend druk hebben
anda el diablo suelto alles staat in rep en roer

andar por los cuarenta 

ongeveer veertig jaar oud zijn 

(a) otra cosa, mariposa 

nu iets helemaal anders 

apaga y vámonos  laten we er over ophouden

a que no sabes 

je raadt nooit 

¡a que sí! wedden van wel! 

aquí donde me ves 

zowaar ik leef 

¿a santo de qué?

waarom in godsnaam?

así es dat klopt
atar los perros con longaniza onmetelijk rijk zijn

a toda hostia  (vulg.)

met een rotvaart, idioot hard 

¡aúpa! kom op!
¡ay de quien! wee degene die!

¡a vivir, que son dos/cuatro días! 

 durf te leven en te genieten!

 

B 

 

bajo las estrellas 

onder de sterrenhemel 

barajar overwegen

¡basta! 

nu is het genoeg geweest! 

Benemérita, la de Guardia Civil
boca-oreja, el de mond-tot-mondreclame

boli, el  

de balpen 

bombón, el de jonge en leuk uitziende vrouw

borracho perdido 

stomdronken, ladderzat 

botellón, el  

De botellón (grote fles) bestaat uit een verzameling vrienden, vooral jongeren, die in een park of op een andere plaats in de buitenlucht samenkomen om alcoholische dranken te drinken.

braguetazo, el het huwelijk boven zijn stand
¡buena la has hecho! je hebt het verknoeid 
buen saque, el de goede eetlust
buscar bulla herrie, ruzie zoeken

 

C

 

cabeza de chorlito, la

het warhoofd

cabrearse boos worden, zich ergeren

cabrón, el 

de idioot, hoorntjesdrager 

cachondo, -a grappig, geil
cada quisqui/quisque iedereen

caer bien, mal 

goed, slecht opschieten U

cafetero, -a 

liefhebber van koffie

caja tonta, la 

de TV 

calla la boca

houd je mond 

calzonazos, el de pantoffelheld
camelar verleiden, versieren
camello, el de (straat)verkoper van drugs
cantar bekennen
caradura, carota, el, la de brutale kerel, vrouw
cara de palo, la het emotieloos gezicht
carroza, el, la de ouwe sok, bekrompen persoon
carterista, el de zakkenroller
casoplón, el het grote en luxueuze huis
cascarrabias, el de driftkikker
casi casi of casi, casi op een haar na
de categoría, de campeonato steengoed, opvallend goed
casarse de penalti destijds 'moeten' huwen omdat de novia zwanger is
catear, dar calabazas doen zakken voor een examen
cero a la izquierda, el  de domoor
chacha, la de dienstmeid
chapuza, la het slecht voltooid klusje
chaval, el de kerel
chiflar dol zijn op
choni ordinair
chorbo, el de vrijer, het liefje
chuleta, la het spiekbriefje
chulo, -a cool, te gek
estar chupado doodeenvoudig
clavar afzetten, bestelen
cocinillas, el, la iemand die graag kookt; iemand die zich voortdurend bemoeit wanneer haar of zijn partner aan het koken is 
coger (L. Am.) neuken, naaien
coger una merluza zich bezatten, straalbezopen zijn
cojonudo, -a fantastisch
comer como un pajarito erg weinig eten
comer como una lima erg veel eten
comer de gorra anderen altijd voor jou laten betalen
comerse el coco tobben
¿cómo andas de la espalda, de la rodilla, ...? hoe gaat het met je rug, je knie?
como Dios manda fatsoenlijk
como lo oyes zeker weten, echt waar
como quien no quiere la cosa terloops; langs de neus weg
¿cómo se te ocurre?  hoe kom je erbij?
consultar algo con la almohada een nachtje over iets slapen
cosas por el estilo dat soort dingen
coscarse de algo iets beseffen
costar un ojo de la cara, un potosí, un sentido, un riñón een fortuin kosten
creerse la hostia zich heel wat vebeelden
criar malvas  onder de zoden liggen; dood en begraven zijn
crío, el  het jochie, kind, de kleuter, de peuter
¿cuántos años cumples? hoe oud word je?
¡cuánto tiempo sin verte! dat is lang geleden!
cuatro coches, casas, personas, ... weinig auto's, huizen, personen, ...
cuita, la zorg, leed, probleem
cuqui schattig, snoezig
la curiosidad me mata ik ben razend nieuwsgierig
curro, currar job, werken
cursi, el, la de snob
cutre groezelig, armetierig

 

D

 
damisela, la het dametje, het juffertje
dar la lata, dar la tabarra zeuren
dar un plantón niet komen opdagen op een afspraak
darse ínfulas een air aannemen
de aquí te espero opvallend
decir que nones nee en nog eens nee zeggen
dejar en paz met rust laten
de la leche te gek
del montón doorsnee-, doodgewoon
despedirse a la francesa vertrekken zonder afscheid te nemen
disco rayado, el de vervelende zeurpiet
divertirse como un enano veel lol hebben
dodotis, el de wegwerpluier
dolorosa, la de rekening in een bar of een restaurant
donde el Cristo perdió la gorra ver weg van de bewoonde wereld
¿dónde habrá ido a parar X? waar is X gebleven?
(don) fulano meneer dinges
don nadie, el het waardeloos individu
dormir en la pensión La Estrella onder de sterrenhemel slapen
dormir la mona zijn roes uitslapen
durar menos que un caramelo a la puerta del colegio heel snel opgegeten worden, erg snel vergeten worden 
duro, -a de mollera hardleers; koppig

 

E

 
¡echa la cremallera! hou je bek!
echarse novio, novia een nieuw lief hebben
echar una bronca zich erg boos maken
el muy tonto de mi hermano, amigo, ... die sufferd van een broer, een vriend,... van mij
emilio, el de e-mail
empinar el codo zuipen
empollar studeren, instuderen
enchufe, el de connectie, de kruiwagen
en cueros, en pelota(s) poedelnaakt
en la vida, en mi vida, jamás de los jamases  nooit ofte nimmer
enrollarse een avontuurtje beginnen
enrollarse más que una persiana ratelen, veel praten
en un periquete in een oogwenk
en un pispás/plisplás heel snel
es muy de ti dat ben jij ten voeten uit; zo kennen we jou
¡eso sí que no! geen sprake van!
estar a la sombra in de nor zitten
estar acojonado, -a erg geschrokken, bang zijn
estar agotado, -a uitgeput zijn
estar como un queso erg aantrekkelijk zijn
estar como un tren erg knap zijn
estar de mala leche een slecht humeur hebben
estar de palique kletsen
estar en lo que se dice volgen wat er verteld wordt
estar en todo op alles bedacht zijn
estar forrado, -a  welgesteld zijn 
estar hecho un paquete piekfijn uitgedost zijn
estar más despistado, -a que un pulpo en un garaje erg verstrooid zijn
estar que trina razend worden
estar sin un clavo geen rooie duit
estar tieso, -a blut zijn
estar tirado, -a spotgoedkoop zijn

 

F

 

faltar a clase, hacer novillos, fumarse las clases

spijbelen

farol, el

de opschepperij, bluf  

Fiesta Nacional, la

stierengevecht 

finde, el

het weekend 

flipar

uit je dak gaan 

flipar en colores

iets echt niet kunnen geloven 

follón, el  het gedoe, de heisa
fresco, -a brutaal

 

G

 

ser gafe

een pechvogel zijn

gandulitis, la de luie bui
gastar menos que Tarzán en corbatas erg weinig geld uitgeven
gato, el

de inwoner van Madrid 

¿el gato te ha comido la lengua? 

heb je je tong verloren? 

gilipollas, el

de idioot 

gordo, el

de eerste prijs, het winnend lot 

ir de gorra

ergens heen gaan zonder te betalen 

gruñón, el

de mopperaar 

guaperas, el

de onuitstaanbare ijdeltuit 

guay

cool, te gek 

guiri, el 

de massatoerist 

 

H

 

hablar más que un transistor, hablar por los codos, no callarse ni debajo del agua, enrollarse como una persiana

er op los kwebbelen

hacer la pelota

hielen likken  

hacer novillos, fumarse las clases

spijbelen 

hacer pupa pijn doen
hacerse el longui(s) doen alsof je neus bloedt
hacer tilín 

aantrekken 

hace un frío que pela

het is berekoud  

hay ropa tendida de muren hebben oren, de kinderen luisteren mee
henos aquí

hier zijn we 

hortera, el

de vulgaire persoon, boerenkinkel 

hostia, la de klap, de mep

 

I

 

igual (begin van de zin)

misschien 

indiano, el

de koloniaal die rijk terugkeerde uit Latijns-Amerika 

ir a su bola

zijn zin doen 

ir de juerga

gaan stappen 

ir en el coche de San Fernando

te voet gaan

ir más apretado, -a que los tornillos de un submarino erg dicht opeengepakt zitten
irse a toda pastilla

er als een speer vandoor gaan 

irse de la lengua

een geheim verklappen 

írsele a uno el santo al cielo iets glad vergeten

 

J

 
jaleo, el het kabaal, heibel
¡Jesús! gezondheid! (wanneer iemand niest)
¡joder! klote!
K  
keli, la het huis, de stulp, het kot, het nest

 

L

 
la cuenta cuando pueda de rekening graag wannneer het kan
¡la de gente! wat een mensen! zoveel volk!
largoplacista op lange termijn
¡leche(s)! verdorie!
letras, las de afbetaling van een lening
ligón, el de versierder
lío de faldas, el het (vaak heimelijk) probleem met vrouwen 
litrona, la de literfles bier
lorcillas, las het buikvet

 

M

 
¡la madre que te parió! wat ben je toch een rotmens!
mala leche slechte humeur
¡maldita sea! verdomd!
mandamás, el de hoge piet, de grote baas 
mandón, -a bazig iemand
la mar de  heel wat van
maruja, la de typische huisvrouw
más chulo que un ocho erg zelfingenomen zijn
más de la cuenta veel te veel
más que nada vooral, voornamelijk
más solo que la una vreselijk eenzaam
matesanos, el   de kwakzalver
meapilas, el, la de kwezel
¡menudo cochazo! wat een luxe wagen!
me cago en la leche je kan me de pot op
¡me estoy meando! ik doe het in mijn broek van het lachen!
¿me explico? ben ik duidelijk genoeg?
esto me hace el día dit maakt mijn dag goed
me importa un bledo, un comino, un pepino, tres pepinos, un pito, un pimiento, un rábano, un rayo het kan me geen moer schelen
me parece muy chulo, -a het lijkt me erg leuk, aardig, cool
meterse una leche ergens tegenaan lopen; zich stoten
meticón, -ona  bemoeizuchtig
metomentodo, el, la bemoeial
me trae sin cuidado ik lap het aan mijn laars, het zal me een zorg wezen
michelines, los het buikvet
de miedo fantastisch, overheerlijk
mi gente mijn familie, mijn gezin
mi media naranja mijn wederhelft
mira por dónde kijk eens aan
mirar a las musarañas staan te gapen; klaplopen
¡mola! gaaf! cool!
molar te gek zijn, geweldig zij
mono, -a schattig, snoezig
muy buenos días een hele goedemorgen

 

N

 
ni fu ni fa gewoontjes; vis noch vlees
¡ni hablar! geen sprake van!
ni hablar del peluquín ik wil het er niet over hebben
¡ni idea!  geen idee!
no entender ni jota er geen barst van verstaan
no me da la gana ik heb er geen zin in
no pegar golpe geen klap doen
no pegar ojo, pasar una noche en vela, pasar una noche en blanco geen oog dichtdoen
no pegar con niet passen bij
no pintar nada niets te zoeken hebben
no ser el santo de la devoción de alguien niet erg op  iemand gesteld zijn
no ser nada del otro mundo alledaags zijn, niet interessant zijn
¿nos pone unas aceitunas? doet u ons enkele olijven graag
nota, notas, el de aansteller
no tener abuela jezelf voortdurend ophemelen
no tener donde caerse muerto, -a straatarm zijn
no tener un pelo de tonto snugger zijn
no te rayes maak je niet druk; ontspan je
no ver tres en un burro, ni torta, ni gota niets zien
no me meto ik bemoei me niet
nini, el, la de jonge mens die noch studeert noch werkt

 

O

 
¡ojo! kijk uit!
olímpicamente volkomen, straal
orero, el de parkeerwachter
¡ostras! verdorie! niet te geloven!

 

P

 
paciencia y barajar verlies de moed niet
padre zeer groot, immens
paga, la loon
me lo ha dicho/dijo un pajarito ik weet het uit welingelichte bron
palo, el de tegenslag
papanatas, el/la de naïeveling
para nada in het geheel niet; geen probleem
parece que me ha mirado un tuerto ik heb voortdurend pech
partirle la cara a alguien iemand op zijn smoel timmeren, in elkaar slaan
partir la cara op de smoel timmeren
pasar de algo helemaal geen interesse voelen voor iets
pasarlo bomba, pipa het geweldig naar je zin hebben
pasar página doorgaan met je leven
pasma, la de politie, de flikken
pastelón,- a overdreven romantisch
pastón, el; pasta gansa, la de smak geld
patán, el de ongelikte beer
patatús, el de flauwte, de misselijkheid
patio, el  de toestand
pedalear fietsen
pegar con passen bij
pegar la hebra kletsen, praten; een begonnen conversatie verderzetten
pegarle a alguien una enfermedad iemand besmetten
pegarse, darse el lote heftig zoenen, tongzoenen
pegársele a uno,-a las sábanas zich verslapen
pegarse una siesta, una comida, ... zich een siësta, etentje, ... veroorloven
peinar canas oud worden
pelado, -a op de kop af
peli, la  film, de 
pelín, el  de zeer kleine hoeveelheid
pelma, pelmazo, el de zeurpiet, lastpost
pelota, el/la de slijmbal, uitslover
peque, el het kleine kind, ukkie
pienso igual ik denk er ook zo over
picar snacken, een beetje eten
picoleto, el de guardia civil
pillar verrassen, overvallen, bemachtigen, begrijpen
piltra, la het bed
pinta, la het uiterlijk, het voorkomen
pipiolo, el het groentje; de beginneling; de recruut
pirarse ervandoor gaan; wegvluchten
piropo, el een galant complimentje
en un pispás in een oogwenk
pizca, la, pelín, el het greintje, het tikkeltje, het snuifje
planazo, el het leuk plan
planchar la oreja slapen
poner a caldo een uitbrander geven
poner a mil fascineren
poner la radio de radio aanzetten
poner las antenas aandachtig luisteren
poner los cuernos vreemdgaan
poner pegas zich verzetten
ponerse morado, ciego, como el Quico eten tot je niet meer kan
por narices! daarom!
por si las moscas voor het geval het nodig is
por ti no pasa el tiempo je blijft er jong uitzien
pregunta del millón, la de hamvraag
por todo lo alto met alles erop en eraan
prole, la het kroost
puñetero, -a verdomde
puto, -a  verdomde

 

Q

 
¿Qué carrera haces? Wat voor studie doe je?
¡Qué cosas tienes! Wat vertel je me nu! Wat vraag je me nu!
¿Qué hay? Hoi!
que = porque omdat, want
quedarse para vestir santos nooit trouwen
que digamos niet bepaald

quejica

klagerig, zeurderig
¡qué ilusión! wat leuk! iets om naar uit te kijken!
¿dué le vamos a hacer? wat doe je eraan?
¡qué susto! je liet me schrikken!
¿quién tiene la vez? wie is aan de beurt?
quemarse las pestañas hard studeren
¡qué va! wat zou het!
¿qué vas a ser de mayor? wat ga je later worden?

 

R

 
rapapolvo, el   de uitbrander
no hay más remedio er zit niets anders op 
repelús, el de koude rillingen, de weerzin
repipi onuitstaanbaar (voor kinderen)

rifirrafe, el 

de aanvaring, ruzie, herrie

rizar el rizo de dingen nodeloos ingewikkeld maken
roñoso, -a gierig
rubia de bote, la de nepblondine

 

S

 
saber vender un peine a un calvo  een erg goede verkoper zijn
¡sanseacabó! en daarmee uit!
segundón, -ona diegene die de tweede viool speelt
Señor Roca, el het kleinste kamertje
sentarle bien a alguien iemand deugd doen (gezondheid)
ser buena gente erg aardig zijn
ser clavadito, -a a  sprekend lijken op
ser del año del catapún, de la pera, de la Maricastaña uit de mode zijn
ser la alegría de la huerta vreselijk saai zijn
ser la caña té gek zijn 
ser la hostia me er eentje zijn
ser la leche fantastisch zijn
ser más corto que las mangas de una camisa erg verlegen /dom zijn
ser más lento que el caballo del malo erg traag zijn
ser más viejo que ir/andar a pie helemaal niet nieuw zijn
ser muy de mí, ti, él, ella, etc. erg typisch zijn voor mij, jou, hem, haar, enz.
ser pan comido

erg gemakkelijk zijn

ser una pasada

te gek, geweldig, cool zijn

ser pez geen aanleg hebben voor

ser un pedazo de pan

ser bueno como el pan

een goede kerel zijn
ser una caña té gek zijn
ser un rollo saai, langdradig, vervelend zijn
ser un sol fantastisch zijn
sin decir agua va zonder te verwittigen
soltar la mosca poen dokken, over de brug komen
sonar (ue) bekend voorkomen
sudaca, el, la Zuid-Amerikaan (pejoratief)
me, te,... suena het komt mij, jou, ... bekend voor

 

T

 
taco, el het jaar, de vloek, het scheldwoord
te hacía en Londres ik veronderstelde dat je in Londen was
tener agallas lef hebben
tener buena pinta er aantrekkelijk uitzien 
tener cara de acelga er bleek uitzien
tener un hambre, una sed, ... que no veo/ves  erg grote honger, dorst hebben
tener madera de aanleg hebben om te worden
tener la mosca detrás de la oreja nattigheid voelen
tener la parejita een zoon en een dochter hebben
tener la vez aan de beurt zijn
tener la vista cansada een leesbril nodig hebben
tener la vista gorda bijziend zijn
tenerle manía a een hekel hebben aan
tener manos de mantequilla dingen makkelijk uit je handen laten vallen
tener mucha cara veel lef hebben
tener mucha mano para erg handig zijn voor
tener mucha pasta                     veel geld hebben
tener mucho coco erg slim zijn
tener muchos humos een hoge dunk hebben van zichzelf
tener un ojo a la funerala een blauw oog hebben
tener potra geluk hebben
tener una trompa stomdronken zijn
tentempié, el  het zout of zoet tussendoortje 
tía, a de griet, de meid
¡tierra, trágame! ik schaam me dood!
tieso, -a blut
la tira de  een zee van, een hoop van 
tirón, el  de tassendiefstal
tocapelotas, el de nietsnut, rotvent
tocarse la barriga zitten niksen
tocho, el het lijvig boek
todo quisqui/quisque iedereen
tonto, -a del culo, el  de onnozele hals
¡tonto, -a (más) que tonto, -a! grote dwaas!
al trantrán op je eigen ritme, zonder je te haasten
trepa, el  de streber
trola, la de leugen
troncharse de risa in een deuk liggen van het lachen
tropecientos, -as oneindig veel
tumbarse, echarse a la bartola luieren, zalig nietsdoen, lanterfanten
tú mismo, -a zoals je wilt, jij beslist, het hangt van jou af 
al (buen) tuntún met de natte vinger, op goed geluk, in het wilde weg
a tutiplén in overvloed

 

V

 
¡vete a freír espárragos! ¡vete a hacer puñetas! ¡loop naar de maan!
viejo verde, el de oude viespeuk
vino peleón, el de koppijnwijn
vivalavirgen, el de vrolijke Frans
vivito, -a y coleando springlevend
¡voy! ik kom eraan! ik ben zo bij u! 

 

Y

 
ya está ziezo
ya veremos we zien nog wel
yayo opa (aanspreking)
¡y que lo digas! zeg dat wel!
¡y un jamón!  geen denken aan! 
yogurín, el  het piepjong iemand
   
Z  
zulo krot, slechte woning







Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2019 - NU Beter Spaans is een initiatief van  Martin van Toll Producties

in samenwerking met de redactie van NU Beter Spaans