Opgepast!
¡cuidado! = opgepast!
¡adelante! = vooruit!
¡fuera = eruit!
¡socorro = help!
(Ik ga winkelen.)
Voy ........ compras.
ir de compras = gaan winkelen, gaan shoppen
De andere voorzetsels zijn hier niet correct.
Ese sitio web te permite conjugar más de 1200 verbos en español.
conjugar verbos = werkwoorden vervoegen
permitir = in staat stellen; toestaan, toelaten
opzoeken = buscar
uit het hoofd leren = aprender de memoria
vertalen = traducir
Carolina tiene (nogal wat) ........ problemas.
Carolina heeft nogal wat problemen.
el problema = het probleem
bastante = nogal wat; tamelijk veel; genoeg
Bastante (bijvoeglijk gebruikt) staat voor het zelfstandig naamwoord en richt zich in getal naar het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.
algunos, -as = enkele
apenas = nauwelijks (bijwoord)
suficiente = voldoende, toereikend