Haz el ejercicio: (onderstreep) ........ la frase correcta.
Maak de oefening: onderstreep de juiste zin.
subraya: gebiedende wijs (tú) bevestigend
subrayar = onderstrepen
subtitular = ondertitelen
suprimir = schrappen
suscribir = onderschrijven; ondertekenen
La chica habla de (zichzelf) ........ .
mismo, -a = zelf
zichzelf = sí mismo, -a
De vormen sí mismo, su mismo, su misma zijn (hier) niet correct.
(Mamá, maak je niet druk!)
Mamá, ¡no hay ........ !
no hay cuidado; no hay que preocuparse = je moet je niet druk maken
no hay remedio = er zit niets anders op
presión = druk
urgencia = spoed; noodzaak
Wat is een synoniem voor de vetgedrukte woorden?
El azul te sienta bien.
Blauw staat je goed.
sentar bien; favorecer = goed staan, goed passen
azul = blauw
hacer bien = goed doen
ser bueno, -a = goed zijn
venir bien = deugd doen