En el mercado:
- ¿Cuánto ........ en total?
- ........ dos euros con veinte.
¿Cuánto es en total? = Hoeveel is alles bij elkaar?
Als iets twee (euro/pesos, etc.) of meer kost, gebruik je son.
El jardín está cubierto de (vergeet-mij-nietjes) ........ .
el nomeolvides (van: no+me+olvides) = het vergeet-mij-nietje
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op een -s met in de laatste lettergreep een onbeklemtoonde klinker, hebben in het Spaans bij het meervoud dezelfde vorm als in het enkelvoud.
cubierto, -a = bedekt, vol
jardín = tuin
(Zijn grootvader werd geboren op 7 juli 1917.)
Su abuelo nació ........ .
Bij dateren gebruik je het voorzetsel de vóór de maand en vóór het jaartal. De dag wordt voorafgegaan door het lidwoord el, niet door het voorzetsel en.
Hoy vamos a pasar el día (aan zee) ........ .
aan zee = en la costa
pasar el día = de dag doorbrengen
en el/la mar = in, op (de) zee. La mar wordt vooral gebruikt door mensen die een nauwe band met de zee hebben.