Nos vemos (rond) ........ las dos.
We zien elkaar rond twee uur.
en torno a/de = rond
a las dos = om twee uur
De andere voorzetsels zijn hier niet van toepassing.
Luna tiene once meses y ya (kan) ........ andar.
Luna is elf maanden en kan al lopen.
saber = weten; kennen (de les); kunnen (de vaardigheid bezitten)
conocer = (leren) kennen
poder (ue) = kunnen; mogen
- ¿Vas a comprar un coche alemán?
- No, prefiero ........ de Corea.
- Ga je een Duitse auto kopen?
- Nee, ik heb liever een Koreaanse.
preferir(ie) = prefereren; liever hebben
Als het onbepaald lidwoord (un, una) zelfstandig wordt gebruikt, krijgt dit lidwoord het geslacht en getal van het weggelaten zelfstandig naamwoord.
Ik trakteer!
invito yo, yo invito, pago yo, yo pago = ik nodig uit, ik betaal, ik trakteer
contar (ue) = tellen, vertellen
venir (ie) = komen