Hay (te veel) ........ gente en la cocina.
Er staan te veel mensen in de keuken.
demasiado, -a = te veel
la gente = de mensen > demasiada gente
Mi niño no (wil) ........ nadar porque el agua está un poco fría.
Mijn kindje wil niet zwemmen want het water is een beetje koud.
querer (ie) = willen
niño = kindje (spreektaal)
quiero = ik wil
quiro, quire: deze vormen bestaan niet
(Ziehier de drankenkaart.)
Aquí tiene la carta de ........ .
aquí tiene = ziehier
bebida = drank
carta = menu(kaart)
borracho = dronken persoon
gaseosa = limonade
refresco = frisdrank
Estoy buscando (mijn spijkerbroek) ........ .
(pantalones) vaqueros = spijkerbroek
De andere combinaties zijn niet correct.