(Mevrouw, u kunt de kaartjes voor de tentoonstelling reserveren op de website van het museum.)
Señora, ........ reservar las entradas para la exposición en el sitio web del museo.
poder (ue) = kunnen
puede = hij/zij kan, u kunt
puedo = ik kan
puedes = jij kunt
pueden = zij kunnen, u(mv) kunt
En el curso de saxofón Carolina se siente como ........ (een vis) en el agua.
sentirse (ie, i) como pez en el agua = zich als een vis in het water voelen
pez = vis (in het water)
saxofón, saxófono = saxofoon
sentirse (ie, i) = zich voelen
pescado = vis (als gerecht)
Welke vorm is correct?
A. Nací el primero de enero.
B Nací el uno de enero.
In Spanje wordt vooral de vorm uno gebruikt voor de eerste dag van de maand. In Latijns-Amerika wordt meestal de voorkeur gegeven aan de vorm primero.
enero = januari
nací = ik ben geboren
El sofá es (bruin) ........ .