Suske y Wiske son de Bélgica. Son (Belgisch) ........ .
Suske en Wiske komen uit België. Zij zijn Belgisch.
el, la belga = de Belgische man/vrouw
los belgas = de Belgen
De vorm belga verandert niet in belgo.
Nationaliteitsaanduidingen worden in het Spaans met een kleine letter geschreven.
Querido Samuel, te (bied aan) ........ mi corazón.
ofrecer = aanbieden
De ik-vorm is onregelmatig: yo ofrezco
ofrezo: deze vorm bestaat niet
(Wat is pappa aan het doen? Hij is zijn koffer aan het inpakken.)
- ¿Qué está haciendo papá?
- Está ........ la maleta.
hacer la maleta = zijn koffer pakken, inpakken
poner = plaatsen, leggen, neerzetten
quitar = weghalen
tomar = pakken, nemen
Todos han venido en coche, excepto ........ .
Iedereen is met de wagen gekomen, behalve ik.
excepto (bijwoord) = behalve
Na excepto volgt altijd de onderwerpsvorm, in dit geval yo.