(Men gaat ervan uit) ........ que las temperaturas hoy superen los 40 grados.
prever = voorzien, uitgaan van
De presente van prever is als volgt:
preveo, prevés, prevé, prevemos, prevéis, prevén.
adivinar = voorspellen, raden
esperar = hopen, verwachten
Jou kan ik niets weigeren!
por ti, lo que sea = letterlijk: voor jou, wat dan ook
lo que sea = wat dan ook. om het even wat; sea: aanvoegende wijs omdat het om een onzekerheid gaat
por ti = voor jou, in de betekenis van 'omdat jij het bent'. Men gebruikt de vorm por als er sprake is van een gevoel van sympathie of liefde. In tegenstelling tot para ti dat een doel uitdrukt: Esto es para ti. = Dit is voor jou.
tú = jij (onderwerp)
Tu perro ........ tiene manía y yo ........ tengo manía a él.

Photo by James Coleman on Unsplash
Jouw hond heeft een hekel aan mij en ik aan hem.
tenerle manía a alguien, a algo = een hekel hebben aan iemand, aan iets
¡Qué mal genio tiene ese hombre!