Ana y yo nos conocimos el año pasado y desde ........ somos buenos amigos.
desde entonces = sindsdien
entonces = toen (bijwoord); dan, dus
antes = vroeger
cuando = wanneer, toen (voegwoord)
después = daarna
El chico del que Estrella estaba tan enamorada, (kwam niet opdagen) ........ en la cita.
darle (el) plantón a alguien = een blauwtje laten lopen, niet komen opdagen, je kat sturen
De andere uitdrukkingen bestaan niet of zijn hier niet van toepassing.
cita = afspraak
gatillo = trekker (geweer)
inmutarse = in de war raken, van zijn stuk raken
Esperamos mudarnos pronto pero la casa todavía no está terminada.
We hopen spoedig te verhuizen maar het huis is nog niet klaar.
sustantivo la casa + está + por/sin + infinitivo terminar = iets moet nog gebeuren: het huis moet nog afgewerkt worden
todavía no está terminada = está por/sin terminar
De andere constructies zijn hier niet van toepassing.
El sotobosque de esta selva está formado por helechos y (mossen) ........ .
De bodemvegetatie van dit woud bestaat uit varens en mossen.
musgo = mos
mosca = vlieg
moscardón = bromvlieg, grote vlieg
musgaño = spitsmuis