- Pero hombre, ¿qué te pasa?
- Estoy muy enfadado. Es que me ........ el pasaporte.
Je gebruikt hier presente perfecto omdat de handeling 'robar' (stelen) een relatie heeft met het heden. Je bent als gevolg daarvan nú boos.
robaron: indefinido (als je geen relatie met het heden wilt uitdrukken)
habían robado: pluscuamperfecto (ze hadden gestolen)
robaban: imperfecto (steeds weer / de hele tijd)
Evo es un chico (Ecuadoriaanse) ........ , es de Quito.
ecuatoriano, -a (met kleine letter!) = Ecuadoriaans(e)
De andere vormen zijn niet correct.
¿Tienes problemas al (inloggen) ........ ?
conectarse, iniciar sesión = inloggen
al + onvervoegd werkwoord = bij het
alojarse = logeren
enredarse = in de war raken; niet uit zijn woorden komen
iniciarse = een start maken met iets
Puedes subir en el ascensor o por (de trap) ........ .
Je kunt met de lift of via de trap naar boven gaan.
escalera = (vaste) trap
escalada = beklimming; geklauter
escalador = bergbeklimmer; inbreker
escalón = traptrede