Rubén vive en una calle (smal) ........ .
estrecho, -a = smal
calle estrecha = smalle straat. Een bijvoeglijk naamwoord dat een vorm of grootte aangeeft staat meestal achter het zelfstandig naamwoord.
ancho, -a = breed
corto, -a = kort
largo, -a = lang
El que lee mucho y anda mucho, ve mucho y (weet) ........ mucho.
Don Quijote
Hij die veel leest en veel loopt, ziet veel en weet veel.
andar = lopen
saber = weten
conocer = (leren) kennen
poder (ue) = kunnen
Dit is een van de vele beroemde zinnen uit de Don Quichote van Miguel de Cervantes.
Hoy la clase de geografía es sobre ........ Rin, ........ Mosa y ........ Támesis.
Vandaag gaat de aardrijkskundeles over de Rijn, de Maas en de Theems.
In het Spaans zijn rivieren altijd mannelijk.
José tiene una relación difícil con (zijn) ........ padres.
Het bezittelijk voornaamwoord su past zich aan aan het zelfstandig naamwoord. Su en sus kan betekenen: zijn, haar, hun, uw.