In de Spaanstalige wereld spreekt men over Reyes. Deze feestdag, op 6 januari, is vergelijkbaar met ons/onze ........ .
Reyes = Driekoningen. In de Spaanstalige wereld komt niet Sinterklaas op bezoek maar komen wel de koningen Gaspar, Melchor en Baltasar speelgoed brengen.
Tweede Kerstdag = San Esteban (26 december)
Onnozele Kinderen = Santos Inocentes (28 december), dag van de inocentadas (beetnemen zoals bij ons op 1 april)
Oudejaarsavond = Nochevieja
Mi sobrino es (brandweerman) ........ .
brandweerman = bombero
sobrino = neef (zoon van broer of zus)
albañil = bouwvakker, metselaar
fontanero, plomero = loodgieter
Viena es la capital de (Oostenrijk) ........ .
Wenen is de hoofdstad van Oostenrijk.
Austria = Oostenrijk
austríaco, -a = Oostenrijks
De woorden Austra, Astria, Austríaca zijn geen juiste vertalingen voor Oostenrijk.
Los médicos en este hospital ganan ........ bien.
De artsen in dit ziekenhuis verdienen heel goed.
muy = erg, heel
Je gebruikt muy om een bijvoeglijk naamwoord te versterken.
mucho, -a = veel
Je combineert mucho met een zelfstandig naamwoord of een werkwoord.