(Quique gelooft niet dat Ana dat gezegd heeft.)
Quique no cree que Ana ........ dicho aquello.
haya dicho: na werkwoorden die een mening uitdrukken - wanneer deze werkwoorden bevestigend worden gebruikt - gebruik je de indicativo. Wanneer ze daarentegen ontkennend worden gebruikt, gebruik je de subjuntivo. Door de ontkenning wordt immers onzekerheid aangegeven over dat wat in de bijzin staat.
De werkwoordsvorm ha is hier dus niet correct.
(Je lijkt op je vader.)
Tú té pareces a tu padre.
Welk woord is fout geschreven?
tú = jij (persoonlijk voornaamwoord - onderwerp)
tu = je, jouw (bezittelijk voornaamwoord)
parecerse (zc) a = lijken op
te pareces = je lijkt op
té = thee
Spreekwoord: (Oost west, thuis best.)
Hogar, ........ hogar.
hogar = huis (thuis)
dulce = zacht (lief); zoet
blando, -a = zacht (niet hard)
mejor = beter; best
querido, -a = geliefd
Voy a dar una vuelta a la manzana.
manzana = huizenblok (met gesloten binnengebied)
dar una vuelta a la manzana = een blokje om lopen
de moestuin in(gaan) = ir al huerto
de planten water geven = regar las plantas
een rondje fietsen = dar un paseo en bicicleta