¡(Kop op) ........ !, pronto te sentirás mejor.
animarse = moed vatten
cabecear = knikkebollen
encararse = trotseren
menear = zwaaien, schudden
Nadie controla (ooit iets) ........ aquí.
In tegenstelling tot het Nederlands zijn in het Spaans na een inleidend ontkennend woord ook de andere woorden ontkennend.
Nadie controla nunca nada.
De andere combinaties zijn niet juist.
Queridos estudiantes, ¿(volgen jullie me nog) ........ ?
Beste studenten, volgen jullie me nog?
¿estáis aquí? = zijn jullie hier?
¿os apetece? = hebben jullie er zin in?
De combinatie sois conmigo is hier niet van toepassing.
Me encontré con Fulano en la entrada del cine.
Fulano, -a = dinges, jeweetwel
de heer Fulano = el señor Fulano
de familie Fulano = la familia Fulano, los Fulano