(Juan, Juan, word wakker. Hoor je dat geluid?)
"Juan, Juan, despiértate. ¿ ........ ese ruido?"
oír = horen
oyes = jij hoort
oigo = ik hoor
oye = hij/zij/u hoort
oímos = wij horen
(Wat een langdradige film!)
¡Qué película tan ........ !
aburrido, -a = langdradig; saai
divertido, -a = leuk
prolongado, -a = langdurige; verlengd
Todos los propietarios de este bloque de pisos ........ que estar en la reunión.
tener que = moeten (meestal een verplichting die door iemand is opgelegd)
deber = moeten, behoren (meestal omdat iets moet vanwege de sociale context, een overtuiging, moraal)
hay que = men moet, het is nodig dat (een verplichting in algemene zin)
El suelo está mojado.
suelo = vloer, grond, bodem
mojado, -a = nat, vochtig
droog = seco, -a
geboend = encerado, -a
ongelijk = accidentado, -a