Dos chicas:
- ¿Por qué no le dices que estás enamorada de él?
- ¿(Ben je) ........ loca?
Twee meisjes:
Waarom zeg je hem niet dat je verliefd op hem bent? Ben jij gek?
zijn + bijvoeglijk naamwoord: je vertaalt zijn met estar als het om een veranderbare toestand gaat.
De combinatie eres loco is niet correct.
A Rosalinda le gusta mucho el (thee) ........ de jazmín.
Rosalinda vindt jasmijnthee erg lekker.
té = thee. Er staat een accent op de e om het woord te onderscheiden van het persoonlijk voornaamwoord te (je, jou).
gustar = bevallen, smaken > houden van, lekker vinden
el jazmín = de jasmijn
te = je, jou (persoonlijk voornaamwoord meewerkend/lijdend voorwerp)
la te = de (letter) t
Het woord thé komt in het Spaans niet voor. De combinatie th komt alleen voor in leenwoorden uit andere talen (bijvoorbeeld thriller).
(Ik vertrek op acht juni.)
Me voy ........ .
Bij het uitspreken van een datum begin je met el.
Tussen het getal en de maand staat de.
Ya no estamos en (quarantaine) ........ .
We zijn niet meer in quarantaine.
quarantaine = cuarentena
ya no = niet meer
De andere schrijfwijzen zijn niet correct.