Los exámenes finales ........ la primera semana de junio.
los exámenes serán = de examens zullen plaatsvinden
'Estarán, habrán': deze werkwoorden betekenen niet 'plaatsvinden'.
Su padre le ha dicho a Carmen que tiene que dejar de comer a lo bestia.
a lo bestia = in waanzinnige hoeveelheden, bij de vleet; op een ruwe manier
eten geven = alimentar
huisdier = mascota
overschakelen naar = pasarse a
veganistisch dieet = dieta veganista
vegetarisch dieet = dieta vegetariana
Magda está pachucha.
pachucho, -a = futloos, ingezakt (spreektaal); beurs, overrijp (van vruchten)
een opgeblazen gevoel hebben = tener (ie) hinchazón (en el abdomen)
ontzettende honger hebben = tener (ie) un hambre voraz
platzak zijn = estar sin blanca
¿Cómo (gaan we om met) ........ el dinero cuando vamos de viaje?
manejar = omgaan met, regelen, managen
acompañar = vergezellen
liderar = leiden, aanvoeren
llevar = meenemen, (mee)brengen; dragen