(Deze) ........ SEAT está a la venta.
Deze SEAT is in de verkoop.
Merknamen van auto's zijn mannelijk: el SEAT, el Mercedes, etc.
En verano voy (op) ........ vacaciones a España.
In de zomer ga ik op vakantie naar Spanje.
ir de vacaciones = op vakantie gaan
De andere combinaties zijn niet correct.
Simón vive en el (derde) ........ piso y Mónica en el (eerste) ........ .
Simón vive en el tercer piso y Mónica en el primero.
De rangtelwoorden primero en tercero verliezen de -o als ze vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord enkelvoud staan.
piso = verdieping, etage; flat
(Ik heb enorme honger.)
Tengo un hambre que no ........ .
Tengo un hambre que no veo. = letterlijk: Ik heb een honger die ik niet zie.