(Ik zal je overmorgen bellen.)
Te llamaré ........ .
overmorgen = pasado mañana (gesuggereerd wordt: pasado el día de mañana: eens de dag van morgen voorbij is)
De andere combinaties zijn niet correct.
(Ik ben bij de tandarts.)
Estoy ........ dentista.
en el dentista = bij de tandarts. De volledige vorm is: en el consultorio del dentista maar in de spreektaal wordt meestal de verkorte vorm gebruikt.
en = bij; op; in
dentista (el, la) = tandarts
Soy carpintero y tú, Eva, ¿a qué te dedicas?
Ik ben timmerman en jij, Eva, wat doe jij voor de kost?
Wat ga jij doen? = ¿Qué vas a hacer ahora?
Wat voor sport doe jij? = ¿Qué deporte practicas?
Welke kant ga jij uit? = ¿A qué dirección vas?
Hoeveel betekenissen kan het woordje su hier hebben?
¿Dónde está aparcado su coche?