(Conchita zegt: 'Ik maak elke avond het avondeten klaar.)
Conchita dice: 'Cada noche ........ la cena.'
Preparar is een regelmatig werkwoord op -ar dat wordt vervoegd als 'cantar'.
preparo = ik maak klaar
prepara = hij, zij, u maakt klaar
prepare (presente de subjuntivo) = ik maak klaar; hij, zij, u maakt klaar
De vorm 'preparoy' komt niet voor.
Welk woord is NIET een kortere vorm van een zelfstandig naamwoord?
el monte = de (lage) berg; heuvel
el cole = el colegio = de school
la peli = la película = de film
la uni = la universidad = de universiteit
Mi ciudad tiene (155.000) ........ habitantes.
In het Spaans worden hoofdtelwoorden als losse woorden geschreven, met uitzondering van de vormen op –cientos, -as (200–900) en de vaste samenstellingen 16–19 en 21–29.
155.000 = ciento cincuenta y cinco mil
¿Cómo quiere pagar? ¿ ........ ?
Hoe wilt u betalen? Contant?
en efectivo, al contado = contant
contigo = met jou
contando = tellend; vertellend (gerundio van contar)
Al eficiente: deze combinatie bestaat niet