(Word lid!) ¡ ........ !
hacerse socio = lid worden, toetreden
hazte: onregelmatige gebiedende wijs bevestigend (tú) van hacerse; het voornaamwoord te vormt één woord met de gebiedende wijs bevestigend
aficionarse = de smaak te pakken krijgen
animarse = moed vatten; in de stemming komen
iniciar sesión = een account maken
Sin ........ no empezaremos a comer.
Zonder jou zullen we niet beginnen met eten.
ti = jou (na een voorzetsel)
tú = jij (als onderwerp)
te = jou (als lijdend of meewerkend voorwerp)
tu = jouw (bezittelijk voornaamwoord)
Wat is een formeler woord voor het vetgedrukte?
He visto a Martín con su parienta.
esposa; (spreektaal) parienta = echtgenote. Het woord kan een despectieve of een humoristische bijklank hebben.
cuñada = schoonzus
gemela = tweelingzus
suegra = schoonmoeder
Una de las costumbres más barcelonesas es ir a tomar un suizo.
(bollo) suizo = een zoet broodje
suizo = Zwitser(s)
croissant = cruasán
chocaladetaartje = tortita de chocolate
roomijsje = helado de nata