¡Buen viaje, (wees) ........ prudentes y si no, que tengáis mucha suerte!
sed: gebiedende wijs van vosotros
ser prudente = voorzichtig zijn
De andere werkwoordsvormen zijn hier niet van toepassing.
Susana no se estresa nunca ........ cosas sin importancia.
Los alumnos practican (de spelling) ........ en el ordenador.
ortografía = spelling
acentuación = beklemtoning
conjugación = vervoeging
escribanía = notariskantoor
Necesito dos (teentjes) ........ de ajo.
un diente de ajo = een teentje knoflook
diente = tand; teentje (knoflook)
dedito = vingertje
manita = handje
pelito = haartje