La jefa me ha dicho con insistencia que (ik harder moet werken) ........ .
La jefa me ha dicho (con insistencia) que trabaje más. = De baas heeft mij (nadrukkelijk) gezegd dat ik harder moet werken. (opdracht/verzoek → subjuntivo)
La jefa me ha dicho que trabajo mucho. = De baas heeft mij gezegd dat ik veel werk. (informatie over een feit → indicativo)
(Zij zijn aan de beurt.) ........
me toca (a mí) = ik ben aan de beurt
les toca a ellas: les kan zowel hun als u betekenen, dus dient in dit soort zinnen het persoonlijk voornaamwoord als meewerkend voorwerp te worden verduidelijkt door a + persoonlijke voornaamwoord
les toca a ellos = zij (mannelijk meervoud) zijn aan de beurt
Allí viene Vicens con su prole.
prole = kroost (spreektaal)
liefje = novia
ondergeschikte = subordinado
rechterhand = mano derecha
Me dio un pronto e hice una reserva en la costa.
un pronto = een bevlieging
me dio un pronto = ik kreeg een bevlieging
ademnood = falta de aire
ergens snel bij zijn = no demorar
kadobon = bono regalo, bono de regalo