De niña siempre (plakte ik) ........ las fotos de mis ídolos en un tablero.
tablero = prikbord
pegar = plakken
pegaba: de imperfecto geeft aan dat het een vaker voorkomende handeling was.
clavar = vastspijkeren
grapar = vastnieten
plegar (ie) = uitvouwen
- ¡Jolines, no he pegado ojo!
- Pues yo, (daarentegen) ........ , he dormido a pierna suelta.
en cambio = daarentegen
dormir a pierna suelta = slapen als een roos
jolines = verdraaid, verdorie
no pegar ojo = geen oog dichtdoen
De combinaties a/al/de cambio zijn hier niet van toepassing.
(Je moet elke dag iets bijleren.)
A la cama no te irás, sin ........ una cosa más.
A la cama no te irás, sin saber una cosa más = letterlijk: Je zal niet naar bed gaan zonder iets meer te weten.
conocer = (leren) kennen
enseñar = aanleren
saber = weten, kennen, geleerd hebben
saborear = proeven
Hasta la fecha, hay solo tres candidatos para el puesto.
hasta la fecha = tot dusver; tot nog toe
puesto (de trabajo) = vacature; baan
jammer genoeg = desafortunadamente
tegen alle verwachtingen in = contra todo pronóstico
tot overmaat van ramp = para colmo; para empeorar las cosas