En mi jardín hay (vlinders) ........ de todo tipo de colores.
In mijn tuin zitten vlinders met allerlei kleuren.
jardín (el) = tuin
mariposa = vlinder
mosquito = mug
pájaro = vogel
paloma = duif
Un (broodje kaas) ........ , por favor.
Anders dan in het Nederlands zeg je in het Spaans: un bocadillo de queso (een broodje kaas).
¿Qué hay de postre?
postre = nagerecht
entrada = voorgerecht
guarnición = bijgerecht, de garnering
plato principal = hoofdgerecht
¿(Wat) ........ es tu plato favorito?
cuál(es) = wat, welk(e); wordt gebruikt in vraagzinnen die keuzes veronderstellen
plato favorito = lievelingsgerecht
Het vragend voornaamwoord qué vraagt naar een beschrijving of een definitie. Het is hier niet van toepassing en de vorm quál bestaat niet in het Spaans.