Esta noche organizamos una barbacoa para toda la calle.
¿Tú sabes si viene alguien que ........ vegetariano?
De subjuntivo wordt gebruikt in betrekkelijke bijzinnen met een (nog) onbekend antecedent waaraan een zekere eis wordt gesteld.
(Pablo, we zien elkaar al over twee dagen.)
Pablo, estamos ........ dos días de vernos.
a solo dos días = al over twee dagen, nog maar twee dagen te gaan
aún = nog
hasta = tot
todavía = nog
De combinatie a todavía is niet correct.
(Niemand weet hier ooit iets.)
Aquí nadie sabe ........ .
In tegenstelling tot in het Nederlands zijn in het Spaans na een inleidend ontkennend woord ook de andere woorden in een zin ontkennend.
Nadie (ontkennend) sabe nunca nada (2x ontkennend).
De andere combinaties zijn niet correct.
Juan se despidió (zonder iets te zeggen) ........ .
despedirse a la francesa = er vandoor gaan zonder iets te zeggen. Het was in de 18e eeuw mode aan het Franse hof bijeenkomsten te verlaten zonder te groeten. Sterker nog, men sloop weg.
a la francesa = op zijn Frans
danés, -esa = Deens
inglés, -esa = Engels
sueco, -a = Zweeds